TAAL
Vanwege de vertaling komt de Nederlandse versie van de NAVO Kroniek ongeveer twee weken later dan de Engelse on line.
OVER DE NAVO KRONIEK
BELEID BETREFFENDE BIJDRAGEN
COPYRIGHT INFORMATIE
REDACTIETEAM
 RSS
STUUR DIT ARTIKEL NAAR EEN VRIEND
NEEM EEN ABONNEMENT OP DE NAVO KRONIEK
  

NAVO-secretaris-generaal: een veranderende functieomschrijving?

De functie van het leidinggeven aan de NAVO is totaal anders dan in het eerste begin. Ryan Hendrickson legt uit hoe die taak is veranderd, en waarom.

Nu bij het 60-jarig bestaan van de NAVO, zou de eerste secretaris-generaal, Lord Hastings Ismay, ongetwijfeld bijzonder verbaasd gekeken hebben naar de veranderingen in de rol van de NAVO-secretaris-generaal.

Van een functie die in wezen vooral leidinggevend van aard was, en ontworpen om het overleg binnen het Bondgenootschap te bevorderen, heeft de moderne secretaris-generaal nu een taak met veel bredere verantwoordelijkheden bij het vormgeven aan de operationele en strategische rol van de NAVO in de wereld.

Bij haar geboorte in 1949, had de NAVO geen secretaris-generaal. Aan het begin van de Koreaanse Oorlog creëerde zij de functie van geallieerd opperbevelhebber Europa, met het doel de militaire integratie in het gehele Bondgenootschap te bevorderen. De eerste SACEUR (Supreme Allied Commander Europe), de Amerikaanse generaal Dwight Eisenhower, bracht de NAVO een nieuw prestige en respect. Maar al snel werd duidelijk dat de functie van SACEUR niet genoeg was om de noodzakelijke politieke dialoog en samenwerking onder de Bondgenoten te bevorderen.

In reactie daarop, werd op de derde verjaardag van de NAVO in 1952 de functie van secretaris-generaal gecreëerd. In de kern heeft de secretaris-generaal tot taak de Bondgenoten te helpen tot consensus te komen. De secretaris-generaal heeft geen stem in de Noord-Atlantische Raad (NAR), en staat daardoor in veel opzichten slechts in dienst van de Bondgenoten, terwijl hij tracht samenwerking en betekenisvol overleg te stimuleren. De bevoegdheden van zijn functie zijn dan tamelijk beperkt. Tijdens zijn eerste jaren als secretaris-generaal, werd Lord Ismay op de achtergrond gehouden, het was hem niet toegestaan zonder de goedkeuring van de Bondgenoten te spreken, en tot 1955 zat hij niet eens de vergaderingen van de Raad voor.

Sinds die tijd heeft de politieke leider van de NAVO de taak gekregen van een belangrijk, en soms zelfs cruciale, besluitvormer onder de Bondgenoten. Hij heeft gestalte gegeven aan de evolutie van het Bondgenootschap en de belangrijkste strategische concepten geformuleerd, gedurende de aanpassing van het Bondgenootschap aan nieuwe veiligheidsomstandigheden.

Hoewel velen op het NAVO-Hoofdkwartier het belang van deze functie zeer goed begrijpen, wordt in de vele historische overzichten en analyses van de NAVO uit het verleden, slechts zeer weinig aandacht besteed aan de rol die de 11 secretarissen-generaal hebben gespeeld. Deze lacune is jammer, gezien de diepgaande invloed die de politieke leider van de NAVO kan uitoefenen en ook heeft uitgeoefend.

Een van de secretarissen-generaal uit het verleden bijvoorbeeld, Lord Peter Carrington, heeft bijna geen aandacht of lof gekregen van de geschiedschrijving voor zijn werk als NAVO-leider van 1984 tot 1988. Carrington zelf bekent in zijn memoires de frustratie die hij voelde tijdens zijn ambtstermijn bij de NAVO, deels voortvloeiend uit het feit dat hij als secretaris-generaal nauwelijks enige officiële macht of gezag bezat —een gevoel dat Ismay en andere voorgangers zeker met hem deelden.

Toch constateerde Robin Beard, voormalig adjunct-secretaris-generaal bij de NAVO, dat Carrington na zijn selectie tot secretaris-generaal, “eer uitstraalde” en een nieuw niveau van aanzien voor het Bondgenootschap creëerde. De voormalige Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, David M. Abshire zei dat Carrington het Bondgenootschap leidde met vaardigheid, een goed humeur, en tact in zijn omgang met de vele persoonlijkheden die het Bondgenootschap omvatte. Carrington’s persoonlijke diplomatieke vaardigheden waren van cruciaal belang voor het bereiken van consensus tijdens enkele voor de Bondgenoten onderling zeer moeilijke momenten.

De negende secretaris-generaal van de NAVO, Javier Solana, toonde ook de potentiële invloed die dit ambt kan uitoefenen. Zijn nalatenschap als politieke leider van de NAVO is bijzonder significant.

Solana’s kalme diplomatie en taalvaardigheid kwamen ook naar voren in 1998, toen in Brussel debat ontstond over hoe gereageerd moest worden op het geweld en de agressie op de Balkan.

Tijdens de Top van Madrid Top in 1997, toen het debat over de uitbreiding van de NAVO tot onenigheid leidde onder de Bondgenoten, constateerde de schrijver Ronald D. Asmus dat de Bondgenoten zich tot Solana wendden om een oplossing te zoeken uit deze conroversiële politieke omgeving. Na overleg met de Bondgenoten, slaagde Solana er in het uiteindelijk compromis te vinden dat leidde tot uitnodigingen voor het lidmaatschap aan de Tsjechische Republiek, Hongarije en Polen.

Solana’s kalme diplomatie en grote taalvaardigheid kwamen ook naar voren in 1998, toen in Brussel een debat ontstond over hoe gereageerd moest worden op het geweld en de agressie op de Balkan, dat uiteindleijk leidde tot de Operatie Allied Force in 1999.

Bij het begin van de militaire actie in 1999, speelde Solana opnieuw een sleutelrol toen hij de SACEUR, generaal Wesley Clark, adviseerde over welke militaire doelen door de Bondgenoten ondersteund zouden worden. Weer speelde Solana een sleutelrol toen hij er voor zorgde dat de operatie zo snel mogelijk op gang kwam, doordat hij de politieke consensus over militaire actie onder de toen 19 leden van het Bondgenootschap in stand hield.

Zeker moet bijzondere aandacht worden geschonken aan het erfgoed van een van de meest invloedrijke secretarissen-generaal van de NAVO, Manfred Wörner. Wörner, de eerste en enige Duitse secretaris-generaal van de NAVO, bracht een bijzonder stel vaardigheden mee naar het Bondgenootschap, die op vele wijzen gestalte hebben gegeven aan datgene waartoe het Bondgenootschap tegenwoordig in staat is.

In de eerste plaats had Wörner het buitengewone intellect waarmee hij onderwerpen en vraagstukken kon inbedden in de bredere strategische belangen van Bondgenootschap. Zijn strategisch denkvermogen leidde voor een deel tot de aanname van het nieuwe Bondgenootschappelijke Strategische Concept, waarover tijdens de Top van Rome in 1991 overeenstemming werd bereikt. Dit baande de weg voor het ondernemen van de vredeshandhavings- en crisisbeheersingsoperaties door de NAVO, die op velerlei wijze zo gezichtsbepalend zijn voor de rol van de NAVO in de wereld van vandaag.

Daarnaast zag Wörner, veel eerder dan menig ander, de voordelen van het uitbreiden van de samenwerking tussen de NAVO en de Sovjet-Unie en later met de pasgevormde democratieën van Oost-Europa, dit alles met het doel hun te integreren in de rest van het democratische Europa. Op eigen initiatief wendde hij vanuit zijn functie zijn invloed aan om nieuwe relaties in heel Oost-Europa te bevorderen, waarmee het fundament gelegd werd voor de grote uitbreidingen van het lidmaatschap die later plaatsvonden tijdens de Topontmoetingen van Madrid, Praag, en Boekarest. Wörner’s visie in dit vroege stadium, was een onderdeel van het politieke grondwerk voor de beweging in oostelijke richting van de NAVO, en later voor de modernisering en democratisering van een groot aantal van die vroeger communistische legers.

Wörner’s invloed in de NAR was zo sterk, dat een aantal van zijn tijdgenoten geloofde dat er geen consensus zou worden bereikt, als hij niet achter het te bespreken beleid stond. Het informele gezag dat hij uitoefende, had hij te danken aan zijn brede diplomatieke contacten onder de Bondgenoten, zijn beheersing van de specifieke vraagstukken die aan de orde waren, en de kracht van zijn persoonlijkheid.

Zoals uit de stukken blijkt, was hij, na te zijn opgestaan van zijn ziekbed in Aken in Duitsland om naar Brussel te reizen voor deze vergadering, van doorslaggevend belang voor het totstandkomen van de noodzakelijke consensus over militaire actie.

Een van de meest memorabele gebeurtenissen in de NAR was zijn aanwezigheid bij een cruciale NAR-vergadering in april 1994. Hij leed aan kanker, waaraan hij uiteindelijk in augustus 1994 overleed. Met zijn overduidelijke gewichtsverlies, zijn arts aan zijn zijde, en de intraveneuze voedingsbuizen die boven zijn overhemdboord uitstaken, lobbyde Wörner met succes onder de Bondgenoten voor een militaire reactie van de NAVO op de herhaaldelijke aanvallen op Bosnische brugers. Zoals uit de stukken blijkt, was hij, na te zijn opgestaan van zijn ziekbed in Aken in Duitsland om naar Brussel te reizen voor deze vergadering, van doorslaggevend belang voor het totstandkomen van de noodzakelijke consensus over militaire actie.

In het nieuwe veiligheidsklimaat, nu het Bondgenootschap nieuwe taken op zich heeft genomen bij de bestrijding van het terrorisme in Afghanistan, en het uitvoeren van vredeshandhavings- en humanitaire ondersteuningsactiviteiten in Kosovo, Soedan, en Pakistan, heeft Jaap de Hoop Scheffer zijn eigen nalatenschap gecreëerd als politieke leider van de NAVO.

Net als Wörner, heeft ook De Hoop Scheffer de NAVO richtingen op doen gaan, die verder gingen dan wat sommigen voor mogelijk hadden gehouden voor zijn verkiezing tot secretaris-generaal. Hij heeft getracht nieuwe partnerschappen te sluiten in de strijd tegen het terrorisme, en daar mee heeft De Hoop Scheffer de boodschap van de NAVO over de hele aardbol uitgedragen, onder meer door reizen naar Azië, het Midden-Oosten en Australië, alle zonder enige precedent.

Vanaf zijn eerste dag als secretaris-generaal tot aan 2009, heeft De Hoop Scheffer zijn functie gebruikt om te zorgen dat hij al het mogelijke deed om de kansen van de NAVO op succes in Afghanistan te vergroten.

Net als zijn voorganger Lord Robertson’s mantra “vermogens, vermogens, en nog eens vermogens,” heeft De Hoop Scheffer dikwijls de noodzaak benadrukt voor aanvullende en meer coöperatieve defensie-uitgaven in het gehele Bondgenootschap. Zijn doel was, bijna net als dat van Robertson, een bondgenootschap dat snel kan reageren op nieuwe, directe veiligheidsuitdagingen en crises. De Hoop Scheffer heeft voortdurend aangedrongen op deze investeringen, die naar het oordeel van de meeste militaire analisten de belangen van het Bondgenootschap het beste dienen.

Maar De Hoop Scheffer’s duidelijkste prioriteit was de betrokkenheid van de NAVO in Afghanistan. Vanaf zijn eerste dag als secretaris-generaal tot aan 2009, heeft De Hoop Scheffer zijn functie gebruikt, om te zorgen dat hij al het mogelijke deed om de kansen van de NAVO op succes in Afghanistan te vergroten. Daarbij vroeg hij vaak om meer middelen, zowel civiele als militaire, om de democratie en de vrede in Afghanistan te bevorderen. Hoewel de NAVO nog voor vele uitdagingen staat in Afghanistan, iets wat De Hoop Scheffer direct bereid was om toe te geven, behoren zijn doelgerichtheid en toewijding aan het succes van de missie tot de belangrijkste zaken die hij de NAVO als secretaris-generaal nalaat.

Het Bondgenootschap staat op het punt een nieuw tijdperk in te gaan met een nieuwe leider. De persoon die deze functie bekleedt kan een groot verschil uitmaken voor het vermogen van de NAVO om te handelen, te evolueren en te reageren op nieuwe omstandigheden. En de trend, van Ismay tot De Hoop Scheffer, is dat de status van de rol van de secretaris-generaal toeneemt.

Manfred Wörner (hierboven) bracht een sterke persoonlijkheid en toewijding mee als secretaris-generaal.

Onderhandelings- vaardigheden behoren tot de belangrijkste kwaliteiten waarover men als secretaris-generaal dient te beschikken, zoal blijkt uit het voorbeeld van Javier Solana.

Geef door:    DiggIt   MySpace   Facebook   Delicious   Permalink