TAAL
Vanwege de vertaling komt de Nederlandse versie van de NAVO Kroniek ongeveer twee weken later dan de Engelse on line.
OVER DE NAVO KRONIEK
BELEID BETREFFENDE BIJDRAGEN
COPYRIGHT INFORMATIE
REDACTIETEAM
 RSS
STUUR DIT ARTIKEL NAAR EEN VRIEND
NEEM EEN ABONNEMENT OP DE NAVO KRONIEK
  

Levert contraterrorisme waar voor z’n geld?

Mondiaal terrorisme is goedkoop, vereist maar weinig mankracht, krijgt de aandacht van de wereld en geeft zwakken de mogelijkheid om sterken doodsangst in te boezemen. Bestaat er een manier om het te verslaan? Bjorn Lomborg bespreekt hier een paar van de problemen op het gebied van de kosten – en enkele mogelijke oplossingen.

De materiaalkosten voor een zelfmoordbom zijn niet meer dan zo’n 150 dollar. Deze bescheiden investering zal gemiddeld 12 doden opleveren en angst verspreiden onder de hele getroffen bevolking.

De rijke landen reageren op de dreiging van fundamentalistisch Islamitisch terrorisme met het bouwen van steeds grotere, steeds betere fortificaties rond belangrijke doelen. Het is moeilijker luchthavens en ambassades binnen te komen; belangrijke gebouwen en andere oriëntatiepunten worden beschermd tegen mogelijke bommengooiers.

Sinds 2001 heeft de wereld ruim 70 miljard dollar uitgegeven aan extra binnenlandse veiligheidsmaatregelen. Zoals verwacht, is het aantal transnationale aanslagen met ongeveer 34 procent gedaald. Maar gemiddeld heeft terrorisme per jaar 67 dodelijke slachtoffers meer geëist.

De stijging in het aantal doden wordt veroorzaakt door het feit dat terroristen rationeel reageren op de grotere risico’s die worden veroorzaakt door de scherpere veiligheidsmaatregelen. Zij richten zich nu vooral op plannen die een groter bloedbad veroorzaken.

Recent onderzoek, dat gedaan werd in opdracht van het Kopenhagen Consensusproject, concludeert dat de landen die het doelwit vormen, te veel geld uitgeven aan maatregelen die het gevaar van een aanslag verplaatsen in plaats van verminderen.

Zoals de onderzoeksauteur Todd Sandler betoogt, gedragen terroristen zich met een beklemmende voorspelbaarheid. Acties van regeringen om de ene plaats te beschermen, brengen de terroristen er simpelweg toe een andere uit te zoeken.

De installatie van metaaldetectors op internationale luchthavens in 1973 leidde direct tot een aanzienlijke en langdurige daling van het aantal vliegtuigkapingen. Tegelijkertijd vond er echter een significante, aanzienlijke stijging toe van het aantal gijzelingen en andere incidenten waarbij meer doden vielen. Het onbedoelde gevolg van de plaatsing van metaaldetectors was meer bloedvergieten.

Contraterroristische maatregelen kunnen alleen effectief zijn als ze alle aanvalsvormen moeilijker maken of als zij de financiële middelen van de terroristen beperken.

Ook de versterking van de Amerikaanse ambassades de afgelopen tien jaar heeft geleid tot meer moordaanslagen op ambassadepersoneel op niet beveiligde locaties. Acties om het personeel te beschermen, betekenden dat de aanslagen vervolgens op zakenmensen en toeristen werden gericht, zoals bij de aanslag op Bali in 2005.

De toegenomen uitgaven aan binnenlandse veiligheid in de Verenigde Staten, Canada en Europa hebben geleid tot meer aanslagen op Amerikaanse belangen in het Midden-Oosten en Azië, waar zich zachtere doelen bevinden en Islamitische fundamentalisten kunnen rekenen op de steun van de inheemse bevolking.

De boodschap voor het beleid is simpel: maatregelen tegen terrorisme kunnen alleen effectief zijn als ze alle aanvalsvormen moeilijker maken, of als zij de financiële middelen van de terroristen beperken’. Het grootste deel van de huidige maatregelen doet geen van beide.

Als sommige doelen moeilijker worden gemaakt, verplaatsen de terroristen hun aandacht gewoon. Terroristen kunnen zien hoe regeringen potentiële doelen veranderen, en hun aanslagen daaraan aanpassen. Dat gold ook voor 11 september 2001, de vliegvelden van Logan, Newark, en Dulles werden immers als slecht beveiligd beschouwd.

Als de defensieve maatregelen wereldwijd met 25 procent zouden worden verhoogd, zou dat de komende jaar nog eens zo’n 75 miljard dollar kosten. In het buitengewoon onwaarschijnlijke geval dat daardoor de aanslagen met 25 procent zouden dalen, zou het de wereld ongeveer 21 miljard dollar besparen (zie blz. 50 van het Kopenhagen Consensusrapport over transnationaal terrorisme voor de berekeningen). Zelfs dan, zou van iedere dollar die wordt besteed aan extra defensieve maatregelen – op z’n hoogst – voor slechts 30 cent iets goeds opleveren. Zelfs bij de meest gunstige voorstelling van zaken is dat een slechte investering.

Waarom blijven uitgeven – en waarom zo veel?

Landen blijven op dit terrein zo enorm veel uitgeven terwijl het zo weinig oplevert, vanwege de politiek en vanwege een extreme risicovermijding. Mensen reageren van nature buitengewoon heftig op catastrofale gebeurtenissen, waarvan de kans dat ze plaatsvinden zeer klein is, en ze bereiden zich niet voor op gebeurtenissen met geringe verliezen, die zo goed als zeker zullen gebeuren. Bovendien zijn de landen die het doelwit vormen, gewikkeld in een veiligheidsrace die ten doel heeft de terroristische aanslagen op buitenlandse bodem te doen plaatsvinden. Deze race levert uiteindelijk geen enkele winnaar op.

Terroristen hebben strategische voordelen op de naties die ze aanvallen. Terroristen kunnen zich onder de gewone bevolking verbergen en zijn moeilijk te identificeren, terwijl liberale democratieën een rijke collectie doelen bieden. Terroristen kunnen hun aanslagen zonder enige beperking uitvoeren; regeringen moeten zelfbeheersing uitoefenen. Maar misschien is het grootste verschil tussen de twee wel, dat terroristen in staat zijn samen te werken – en dat de landen die het doelwit zijn daar huiverig voor zijn.

Al aan het einde van de jaren 1960, werkten transnationale terroristische groeperingen samen in losse netwerken voor training, inlichtingen, het bieden van veilige onderkomens, financiële ondersteuning, logistieke hulp, wapenaankopen, en zelfs de uitwisseling van personeel. Ze bundelen hun middelen om hun bescheiden arsenalen te vergroten.

De doellanden echter, hechten enorm veel waarde aan hun autonomie bij veiligheidszaken. Soms zijn ze het er onderling niet eens over eens, wie de vijand nu eigenlijk is – tot kort geleden beschouwde de Europese Unie de Hamas niet als terroristen. Ondanks hun verschillende agenda’s, medestanders en doelen, hebben veel terroristische groeperingen dezelfde twee vijanden: Israël en de Verenigde Staten.

Ongeveer 40 procent van alle transnationale terroristische aanslagen zijn gericht tegen Amerikaanse belangen, en sommige waarnemers betogen dat de enige supermacht ter wereld meer zou kunnen doen om een positief imago te creëren en de terroristische propaganda te ontkrachten.

Dit zou gedeeltelijk gerealiseerd kunnen worden door de ontwikkelingshulp anders te besteden of te verhogen. Op dit moment besteden de Verenigde Staten slechts 0,17 procent van het bruto nationaal product aan officiële ontwikkelingshulp – het op een na kleinste percentage van alle OESO-landen. En die hulp wordt meestal toegespeeld aan landen die de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten steunen.

Pogingen om de humanitaire hulp uit te breiden, zonder er voorwaarden aan te verbinden, zouden de Verenigde Staten in staat stellen meer te doen aan honger, ziekten en armoede, terwijl het aanzienlijke voordelen zou opleveren voor hun reputatie en het gevaar voor terreur zou verlagen.

Een goedkope oplossing?

In een breder international perspectief gezien, is meer samenwerking moeilijk omdat landen hun soevereiniteit ten aanzien van politie- en veiligheidszaken zo nauwlettend in het oog houden. Samenwerking werkt alleen, als zij alles omvat. Als iedereen behalve een enkel land weigert terroristen een veilige vluchthaven te bieden, ondermijnt dat ene land het werk van alle anderen.

Maar als de politieke wil zou kunnen worden gevonden, zou meer samenwerking om terroristen toegang tot hun financiën te ontzeggen relatief goedkoop zijn. Hoervoor zouden meer terroristen moeten worden uitgeleverd, en een eind worden gemaakt aan charitatieve bijdragen, de drugshandel, namaak merkgoederen, de handel in grondstoffen en illegale activiteiten die hun in staat stellen hun daden uit te voeren.

Omdat het zo goedkoop is om een terroristische aanslag uit te voeren, zou deze benadering geen einde maken aan kleinere incidenten, zoals ‘reguliere’ bombardementen of politieke moorden, maar zij zou wel het uitvoeren van spectaculaire terreurdaden kunnen belemmeren, die veel planning vereisen en waarvoor veel geld nodig is.

De voordelen zouden aanzienlijk zijn. Een verdubbeling van het Interpolbudget en het opzijzetten van een tiende van het geld dat het Internationaal Monetair Fonds per jaar besteedt aan controle en capaciteitsopbouw om dat te besteden aan het opsporen van terroristische gelden, zou per jaar ongeveer 128 miljoen dollar kosten. Het beletten van een catastrofale terreurdaad zou de wereld op z’n minst 1 miljard dollar besparen. De voordelen zouden ongeveer tien keer zo groot als de kosten kunnen zijn.

Doelwitlanden moeten bedenken dat de wereld voor veel uitdagingen staat, die in veel opzichten veel dringender zijn dan terrorisme. Transnationale terroristische aanslagen hebben vanaf 2001 per jaar gemiddeld 583 doden gekost, volgens de cijfers van het MIPT (Memorial Institute for the Prevention of Terrorism) en het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit valt in het niet bij de dodenaantallen veroorzaakt door HIV/Aids, malaria, ondervoeding of zelfs verkeersongelukken.

Anders dan bij andere mondiale problemen, kan de strijd tegen terrorisme aanzienlijke, onbedoelde negatieve gevolgen hebben. Krachtige, offensieve maatregelen tegen terroristen kunnen leiden tot vergeldingsacties, omdat er nieuwe grieven zijn ontstaan, terwijl samenwerking en een luisterend oor voor hun eisen een stimulans vormen voor anderen om hun tactiek na te volgen.

Terroristische groeperingen kunnen, af en toe, worden uitgeroeid, maar er zullen weer nieuwe groepen opduiken. Acties om de leider van de groep te doden, kunnen leiden tot nog meedogenlozere leiders in hun plaats, zoals Israël heeft ontdekt met de Zwarte Septemberbeweging en Hamas.

Terroristische aanslagen zullen altijd een voordehandliggende en goedkope mogelijkheid blijven voor groepen die paniek en angst willen verspreiden. Iedere dollar die door de terroristen is uitgegeven aan de bommen in het Londense openbaar vervoer in 2005 heeft een verbijsterende schade van 1.270.000 dollar opgeleverd (de geschatte schade van 2,5 miljard dollar is veroorzaakt door een operatie die slechts 2.000 dollar heeft gekost).

De vijanden van terrorisme moeten zeker en rationeel reageren om te zorgen dat het geld dat aan contraterrorisme wordt besteed, zo veel mogelijk oplevert.

Angst brengt sommige naties er toe onthutsende bedragen te besteden aan de bouw van steeds hogere hekken om potentiële doelen. Maar de opbouw van internationale samenwerking en een vooruitziend buitenlandbeleid zou veel meer opleveren.

De meest effectieve reacties op terrorisme blijken de goedkoopste te zijn. Helaas zijn het niet de eenvoudigste.

De vruchten van de angst: de vliegtuigcrashes van 11 september waren bedoeld om niet veel later de aandelenmarkten ook te laten crashen.

Begint het zo? Armoede, ziekte en hopeloosheid worden wel gezien als de perfecte ingrediënten voor de werving van toekomstige terroristen

Geef door:    DiggIt   MySpace   Facebook   Delicious   Permalink