Tien jaar Euro-Atlantische Partnerschapsraad: een persoonlijke reflectie
Vergadering van de Euro-Atlantische Partnerschapsraad tijdens de NAVO-top in Praag. Tsjechische Republiek, 22 november 2002
(© ????)
Robert F. Simmons Jr geeft een insider beeld van het ontstaan en de evolutie van het belangrijkste Partnerschapsforum van de NAVO.
Een van de belangrijkste terreinen van de NAVO-transformatie was de oprichting van de NAVO-Partnerschappen. Ik heb het geluk gehad in mijn werk betrokken te zijn geweest bij veel van de stadia in dit proces.

In 1991 na het einde van de Koude Oorlog, richtte de NAVO de Noord-Atlantische Samenwerkingsraad op (NASR) als middel om de samenwerking met landen die lid waren geweest van het Warschau Pact te bevorderen, en ook met de nieuwe staten die waren ontstaan na het uiteenvallen van Sovjet-Unie. Als lid van het Politieke Comitť van de NAVO, heb ik deelgenomen aan de eerste bezoeken aan veel van deze NASR-Partners, waaronder Hongarije, de Tsjechische Republiek, RoemeniŽ, de Baltische Staten en Rusland.

Het Partnerschap voor de Vredeprogramma (PfP), dat in 1994 van start ging, integreerde nog meer Partners en omvatte een brede reeks defensiesamenwerkingsonderwerpen, waaronder interoperabiliteit en defensiehervorming. Maar de leden en nieuwe beleidsgebieden van het PfP pasten niet perfect bij de beperktere benadering van de oorspronkelijke Noord-Atlantische Samenwerkingsraad.

Dus werd aan het eind van de jaren '90 van de vorige eeuw een speciale groep opgericht, onder het voorzitterschap van de toenmalige plaatsvervangend secretaris-generaal, die een politieke raamwerk moest ontwikkelen dat zowel het grotere ledenaantal als de bredere doelen van het NAVO-partnerschap met het merendeel van de landen in Europa moest omvatten. Ik was het Amerikaanse lid van deze groep, die het Grondslagdocument voor de Euro-Atlantische Partnerschapsraad (EAPR) heeft opgesteld.

Het doel was een forum voor politiek overleg onder alle partners te scheppen, een forum dat afgestemd moest zijn op de praktische samenwerking in het Partnerschap voor de Vrede. Wij koppelden dus het lidmaatschap van de EAPR aan deelname aan het PfP, waardoor dit nu twee volledig complementaire instellingen zijn.

Maandelijkse bijeenkomsten op ambassadeursniveau met het Politiek Comitť van de EAPR garanderen een regelmatige dialoog tussen alle leden over de belangrijke onderwerpen van het moment.
Op grond van dit werk werd op 30 mei 1997 in Sintra, in Portugal, de Euro-Atlantische Partnerschapsraad opgericht door ministers uit NAVO- en Partnerlanden. De EAPR weerspiegelt hun gezamenlijk doel en verantwoordelijkheid, die verder gaan dan militaire interoperabiliteit alleen - de raad berust op fundamentele, gedeelde waarden.

De raad heeft geleid tot het ontstaan van een indrukwekkend netwerk van Euro-Atlantische politieke leiders, diplomaten, militairen en ambtenaren, die nu de ervaring delen van de discussies in de EAPR, en van het samen werken aan de oplossing van problemen.

Kort samengevat, de Euro-Atlantische Partnerschapsraad levert een belangrijke bijdrage aan een gezamenlijke, Euro-Atlantische veiligheidscultuur, die gebaseerd is op een sterke politieke dialoog en praktische samenwerking tussen Bondgenoten en Partners. Met 26 Bondgenoten en 23 Partners als lid, spreekt de EAPR met het gezag van 49 staten.

Terwijl wij bezig waren met de opstelling van het Grondslagdocument, hadden wij als doel een flexibele structuur te creŽren die aangepast zou kunnen worden aan veranderende omstandigheden - het grondslagdocument spreekt over een "proces dat door de praktijk tot ontwikkeling komt". Het wilde geen enkel land uitsluiten, maar tegelijkertijd wilde het iedere Partner het recht geven zelf het tempo van zijn betrokkenheid te bepalen.

Naast de geregelde plenaire vergaderingen op ministerieel, ambassadeurs- en werkniveau, stond het Grondslagdocument de Partners toe een directe politieke relatie met het Bondgenootschap aan te gaan, zowel individueel als in subgroepen van EAPR-leden. Wij spraken toen over "Bondgenoten (toen 16, nu 26) plus ťťn en plus n".

De politieke discussies en praktische samenwerking die nu binnen het EAPR/PfP-raamwerk plaatsvindt, omvat: Uiteindelijk leidt dit tot het vermogen om effectief samen op te treden en te opereren, en kan het leiden tot integratie op allerlei gebied tussen de betrokken staten. Op deze, en andere wijzen, helpt de Euro-Atlantische Partnerschapsraad haar leden om vrede en stabiliteit te versterken en te verbreiden.

In de tien jaar van haar bestaan heeft de EAPR al tien landen geholpen bij de voorbereiding op de verantwoordelijkheden van het NAVO-lidmaatschap. Andere Partnerlanden volgen op dit moment dezelfde weg, hetgeen bewijst dat de deur naar het NAVO-lidmaatschap open blijft.

Toch is de Euro-Atlantische Partnerschapsraad ook een uniek instrument gebleken voor landen die niet streven naar het lidmaatschap van de NAVO, maar die wel een bijdrage willen leveren aan de Euro-Atlantische veiligheid zonder hun eigen, aparte, buitenlands en veiligheidsbeleid in diskrediet te brengen. Maandelijkse bijeenkomsten op ambassadeursniveau met het Politiek Comitť van de EAPR garanderen een regelmatige dialoog tussen alle leden over de belangrijke onderwerpen van het moment. Deze bijeenkomsten bieden tevens de gelegenheid om tot een gezamenlijk standpunt te komen en nieuwe samenwerkingsgebieden te overwegen.

In de tien jaar sinds het begin, heeft de Euro-Atlantische Partnerschapsraad een opvallende ontwikkeling doorgemaakt. Praktisch gezien is het werk van zowel de Euro-Atlantische Partnerschapsraad als van het Partnerschap voor de Vrede gericht op het voorbereiden van de legers van Bondgenoten en Partners om naadloos samen te kunnen werken.

Dertien van de 18 niet-tot-de-NAVO-bijdragende naties (NNCN's) die deelnemen aan operaties o.l.v. de NAVO, zijn lid van de EAPR. Negen EAPR-landen leveren ongeveer 2.300 man personeel voor de operaties o.l.v. de NAVO in de Balkan. En negen leden van de EAPR leveren 780 man personeel voor de Internationale Veiligheidsmacht ISAF in Afghanistan. Partners zijn ook betrokken bij de Operatie Active Endeavour, een operatie op zee tegen de terroristische dreigingen in het Middellandse Zeegebied.

Een van de meest succesvolle aspecten van de implementatie van de EAPR is het Politiek-Militaire Raam (PMR) waar contribuerende Partners kunnen deelnemen aan het besluitvormingsproces voor deze Bondgenootschappelijke missies. Zowel de Euro-Atlantische Partnerschapsraad als de Groep BeleidscoŲrdinatie (PCG) komen bijeen in de samenstelling 'Bondgenoten plus contribuerende staten - de meest succesvolle implementatie van de "Bondgenoten plus n"-vergaderingen.

Partners die bijdragen aan NAVO-missies zijn ook betrokken bij het opstellen van Operationele Plannen (OPLAN's) en Periodieke Missierapportages (PMR's) voor die missies. Veel Partnerlanden die deelnemen aan de operaties zouden graag al in een eerder stadium bij het besluitvormingsproces betrokken willen zijn, en een recente verbetering is dat gestart is met vergaderingen van het Militair Comitť met contribuerende staten.

Na de schokkende gebeurtenissen van 11 september 2001, hebben de EAPR en het PfP een raamwerk geboden voor de deelnemende landen om samen te kunnen reageren op de dreiging van het terrorisme.

De evolutie van de Euro-Atlantische Partnerschapsraad weerspiegelt de behoeften en wensen van zowel Bondgenootschappelijke als Partnerlanden. De heldere richtlijnen die de staatshoofden en regeringsleiders via de Topconferenties van Praag, Istanbul en (het meest recent) Riga hebben gegeven, hebben daarbij een grote rol gespeeld.

De Partners hebben met name een zeer actieve rol gespeeld bij de totstandkoming van het Partnerschapsdocument, dat tijdens de Top van Praag is aangenomen. Helaas was er voor de Topontmoetingen in Istanbul en Riga minder tijd voor overleg met de Partners als gevolg van onenigheid onder de Bondgenoten. Vanaf het begin was de EAPR bedoeld om duidelijk te maken dat Bondgenoten en Partners samen evenveel verantwoordelijkheid hebben. Maar dat beginsel kan alleen worden gerealiseerd, als men er constant aan blijft werken en dat is ons niet altijd gelukt.

Ik keerde terug naar de NAVO als plaatsvervangend adjunct-secretaris-generaal voor Partnerschap tijdens de voorbereidingen op de Top van Istanbul. De Top ging hoofdzakelijk over de Partners op de Kaukasus en Centraal-AziŽ, en er werd besloten locale verbindingsoffieren aan te stellen woonachtig in iedere regio, om de Partners die op grote afstand van het NAVO-Hoofdkwartier woonden, te helpen. Dit is een bijzonder goede stap geweest. De locale verbindingsofficieren, dikwijls met een kantoor op het ministerie van het betreffende Partnerland, hebben de deelname van de Partnerlanden aan de EAPR- en PfP-programma's sterk bevorderd.

Bovendien werd besloten een bijzonder vertegenwoordiger voor deze twee gebieden aan te wijzen. Ik kreeg die baan, die ik heb geprobeerd te vervullen door politieke contacten op hoog niveau te onderhouden met de leiders in ieder van de Partnerlanden.

Nog belangrijker was de ontwikkeling van nieuwe instrumenten gericht op uitvoering van het mandaat in het Grondslagdocument van de EAPR dat landen toestaat een directe, individuele, politieke relatie aan te gaan met het Bondgenootschap. Het zeer geslaagde gebruik van PARP, (het plannings- en beoordelingsproces van het PfP) heeft de defensiehervorming in kandidaat- en Partnerlanden gestimuleerd. PARP heeft veel landen geholpen moderne, effectieve en democratische verantwoording verschuldigde strijdkrachten - en ook andere defensie-instellingen - op te bouwen.

Tijdens de Top van Istanbul, werden Partnerlanden uitgenodigd gemeenschappelijke doelen af te spreken met de NAVO in de Individuele Partnerschapsactieplannen (IPAP's). Deze plannen: De IPAP's worden beoordeeld door de Noord-Atlantische Raad (NAR), en geven de Partners ook een tijdsschema voor een actieve politieke dialoog met de NAVO. Ze brengen de ministers uit de Partnerlanden regelmatig naar Brussel om daar te spreken over de veiligheid en andere onderwerpen van belang. Vijf EAPR-Partnerlanden hebben een actief IPAP, en andere zijn er nog mee bezig.

De Declaratie behorend bij de Top van Riga in november 2006 beklemtoonde de waarde die de NAVO blijft hechten aan haar Partnerschappen, en bevestigde opnieuw de richtlijnen die in eerdere topontmoetingen waren gegeven. Hiertoe behoren een nadruk op prioriteiten, operaties en de versterking van het vermogen van de NAVO om in de praktijk met de Partners samen te werken; in combinatie met aanhoudende zorgvuldige aandacht voor de vraag of de Partners zich houden aan de verplichtingen die ze zijn aangegaan en de waarden die zij aanhingen toen ze toetraden tot de EAPR en het PfP.

De Top van Riga was ook een significante stap in de evolutie van de EAPR, en van de Partnerschapsbetrekkingen met zuidoost Europa, omdat daar BosniŽ en Herzegovina, Montenegro en ServiŽ werden uitgenodigd tot de raad en het PfP toe te treden. Deze drie landen zijn nu bezig met hun volledige integratie in de relevante structuren.

Deze ontwikkeling leidt tot sterk verbeterde relaties met deze landen, en maakt een uitvoerige discussie mogelijk over alle onderwerpen die spelen in de regio tussen de leden van de Euro-Atlantische Partnerschapsraad. Toen de NAVO-staatshoofden en -regeringsleiders tijdens de Top van Riga hun uitnodiging deden uitgaan, beklemtoonden ze het belang dat ze hechten aan de beginselen neergelegd in de Grondslagdocumenten van de EAPR en het PfP. Opmerkelijk is, dat de NAVO-leden ook van ServiŽ en BosniŽ and Herzegovina verwachtten dat zij hun volledige medewerking zouden verlenen aan het JoegoslaviŽ Tribunaal (ICTY).
De Euro-Atlantische Partnerschapsraad is een uniek instrument voor landen die niet streven naar het lidmaatschap van de NAVO, maar die wel een bijdrage willen leveren aan de Euro-Atlantische veiligheid, zonder hun eigen, aparte, buitenlands en veiligheidsbeleid in diskrediet te brengen


Een van de belangrijkste resultaten die de Euro-Atlantische Partnerschapsraad heeft opgeleverd, is dat hij model is komen te staan en de instrumenten heeft geleverd voor de NAVO-Partnerschappen met de Mediterrane Dialooglanden, het Samenwerkingsinitiatief van Istanbul (ICI), de Golfstaten en een steeds grotere reeks andere landen, waaronder Afghanistan, Pakistan en Japan.

Bij het bereiken van deze tienjaarsmijlpaal kijken we terug op een schat aan resultaten. De Euro-Atlantische Partnerschapsraad heeft als geen ander als katalysator gewerkt voor binnenlandse transformatie en internationale veiligheidssamenwerking. De NAVO heeft altijd centraal gestaan in ons werk. In de loop der jaren zijn de EAPR en Partnerschap echter ook centraal komen te staan in het werk van de NAVO.

In de toekomst wil de Euro-Atlantische Partnerschapsraad zich blijven ontwikkelen volgens de lijnen die in Praag, Istanbul en Riga zijn uitgezet. De constante controle op het proces blijft garanderen dat het volledig potentieel van Partnerschap wordt gerealiseerd. Flexibel overleg en praktische samenwerking, gericht op de prioriteiten van de landen, zijn essentieel om dit doel te bereiken.

Procedures en programma's worden vereenvoudigd en voor een grotere groep opengesteld, en de leden van de EAPR hebben langdurig nagedacht over de volgorde waarin zij de vraagstukken willen aanpakken. Maar de Bondgenoten moeten meer doen om te zorgen dat onze EAPR-Partners werkelijk het gevoel hebben dat zij mede-eigenaars zijn - zoals bedoeld in het Grondslagdocument waarvan we nu de tiende verjaardag memoreren.

Het actieve streven naar zo'n benadering bleek uit het succes van het in januari 2007 gehouden PfP-Planningssymposium. Het bleek ook uit de belofte van EAPR-ambassadeurs en van naties in het PC van de EAPR om de praktische waarde van het overleg te versterken. En tot slot bleek het ook, uit de agenda van de in juni gehouden vergadering van het EAPR-Veiligheidsforum, waar deelnemers uitvoerig van mening konden wisselen over de aanpak van actuele veiligheidsproblemen voor de NAVO en de EAPR.

De agenda voor de verdere ontwikkeling van de Euro-Atlantische Partnerschapsraad en het Partnerschap moet ambitieus zijn. De afgelopen tien jaar laten zien wat er bereikt kan worden. En ons gezamenlijk doel - de versterking en uitbreiding van vrede en stabiliteit - vormt daarbij een sterke motivatie.


...top...