Opinie
Grote wereld, grote toekomst, grote NAVO
In beweging: De NAVO heeft geavanceerde gevechtstroepen nodig en ook troepen voor stabilisatie en wederopbouw. ( © SHAPE)
Julian Lindley-French legt de Euro-Atlantische gemeenschap zeven strategische boodschappen voor.
De wereld van de NAVO verandert snel en niet ten goede. De veranderingen gaan zo snel dat het veiligheids- en defensiedebat, vooral in Europa, op het theater van het absurde begint te lijken. Het gaat meer over wat er gedaan kan worden, in plaats van wat er gedaan moet worden. De wereld heeft een sterk Europa nodig; de transatlantische betrekkingen hebben een sterk Europa nodig; en de NAVO heeft een sterk Europa nodig. Maar naarmate de wereld groter wordt, wordt Europa kleiner. Kort samengevat, de Europese defensie raakt losgekoppeld van de wereldveiligheid. Daar zijn natuurlijk redenen voor. Voor het eerst in 500 jaar vormt Europa noch het centrum van het conflict, noch het centrum van de macht. Daardoor bestaat er een zeer reŽel gevaar dat een klein Europa leiding gaat even aan een kleine NAVO, waardoor het Westen en zijn systeem van geÔnstitutionaliseerde, stabiele macht gedoemd zal worden ten onder te gaan.

Het zwaartepunt van de macht op deze planeet beweegt zich onverbiddelijk in oostelijke richting. En ondertussen verandert de aard van de macht zelf. De regio AziŽ en de Stille Oceaan heeft de wereld veel dynamisch en positiefs te bieden, maar snelle verandering in deze regio leidt op dit moment niet tot stabiliteit en wortelt niet in stabiele instellingen. Totdat dit wel het geval is, behoort het tot de strategische verantwoordelijkheid van de Europeanen en de Noord-Amerikanen, en de instellingen die ze hebben opgebouwd, om de weg naar die strategische stabiliteit te wijzen. Het is echter moeilijk voor leiders en planners om de daarvoor noodzakelijke visie te ontwikkelen. Niet alleen is de politieke wil om groot te denken afwezig, maar het operationele tempo benadrukt genadeloos het hier en nu, en laat weinig tijd en middelen over om na te denken over wat nog komen gaat. Desondanks moet het Bondgenootschap zich nu richten op de aard en de omvang van de verandering, en niet alleen op de vele symptomen ervan.

Drie woorden staan centraal in de nieuwe veiligheidsomgeving Ė het grote beeld. Het is een beeld dat iedere dag duidelijker wordt, en dat verscheidene grote vragen oproept over de collectieve toekomst van het Bondgenootschap die nu moeten worden beantwoord, en niet pas over vijf of tien jaar. Uitdagingen en dreigingen, zoals strategisch terrorisme, Afghanistan en Irak zijn slechts onderdelen Ė zij het belangrijke onderdelen Ė van dit grote beeld. De lessen die de NAVO kan trekken uit haar aanpak van deze vraagstukken zullen immers cruciaal zijn voor het succes van haar toekomstige strategische missie Ė strategische stabilisatie.

Dit artikel legt de Euro-Atlantische gemeenschap zeven strategische boodschappen en uitdagingen voor waarmee de Europeanen en Noord-Amerikanen nu groot kunnen gaan denken over hun collectieve rol in de wereld van de 21ste eeuw.

Alleen de NAVO kan het Westen weer een centrale plaats geven in de mondiale veiligheid

Sinds mensenheugenis hebben snelle, maatschappelijke, economische en militaire veranderingen, zoals die op dit moment plaatsvinden, altijd tot grote onveiligheid geleid. De verschuiving in de macht voltrekt zich niet gecontroleerd of geÔnstitutionaliseerd. Daardoor zullen onvermijdelijk spanningen ontstaan tussen staten en andere belanghebbende partijen. De politiek van het machtsevenwicht keert terug, en daarmee ook allerlei gevolgen voor het veiligheidsbeleid van Europeanen en Noord-Amerikanen, die sinds het einde van de Koude Oorlog uit beeld waren verdwenen. De brede reeks gevaren en bedreigingen die in deze nieuwe omgeving ontstaan, vragen om een nieuwe transatlantische, strategische dialoog en om een nieuwe intra-Europese strategische dialoog. Kort samengevat, de Europeanen moeten beginnen macht te verzamelen, als zij een stabiel Europa willen creŽren, in een betere wereld, om de Veiligheidsstrategie van de Europese Unie maar eens vrij te citeren. Zij moeten dat doen in de context van het politieke Westen dat zijn cruciale veiligheidsidentiteit behoudt in de wereld van de 21ste eeuw.

Hoe zeer het ook in bepaalde kringen uit de mode moge zijn, het Bondgenootschap moet centraal staan in die dialoog. Europa is belangrijk en, gezien de complexiteit van de veiligheidsvraagstukken waarmee het Westen wordt geconfronteerd, is ook de ontluikende rol van de Europese Unie belangrijk voor de veiligheid. Het is dus triest te moeten constateren dat veel van de recente Europeanisering ertoe geleid heeft dat de Europeanen minder bereid zijn de consequenties onder ogen te zien van de globalisatie en om die op realistische, effectieve wijze aan te pakken. De Europeanen hebben zich vooral bezig gehouden met de lage politiek, en dat heeft zijn invloed gehad op bijna ieder instrument en iedere instelling die het Westen de wereld te bieden heeft. Na haar constitutionele debacle, lijkt de Europese Unie niet in staat te zijn deel te nemen aan de hoge politiek van de wereldveiligheid. Intussen laten Afghanistan en Irak eerder de grenzen, dan de omvang, zien van de Amerikaanse macht in deze wereld. Zowel de Europeanen als de Noord-Amerikanen hebben dus een instelling nodig, die in staat en bereid is zich met de hoge politiek bezig te houden. Voorlopig moet de NAVO die instelling zijn, omdat zij beschikt over het enige mechanisme waarmee de kloof tussen instabiliteit en capaciteit kan worden overbrugd.

Het zal niet eenvoudig zijn om deel te nemen aan de hoge politiek van de wereldveiligheid, vooral voor de Europeanen en de Canadezen. Er zal vermoedelijk niet veel geld beschikbaar zijn voor veiligheid en defensie. Nu AziŽ zo in de lift zit, dreigt Europa een strategisch binnenwatertje te worden, dat door de enorme vloedgolf van de verandering overspoeld zal worden. Er is dikwijls de loftrompet gestoken over de transformatie van het Bondgenootschap gedurende de afgelopen 15 jaar, maar zelfs dit proces heeft de veranderingen in de wereld niet bij kunnen houden. De NAVO was ooit een bondgenootschap dat scherp gefocust was op het Euro-Atlantische gebied. In de 21ste eeuw moet de NAVO een bondgenootschap worden dat gegrondvest is op het Euro-Atlantische gebied, en dat tot taak heeft stabiliteit tot ver buiten haar grenzen te projecteren. In het belang van al haar leden is er geen andere keus mogelijk, want veiligheidseffectiviteit in de wereld van vandaag is onmogelijk zonder legitimiteit en capaciteit. Na het einde van de Koude Oorlog heeft de NAVO zich afgewend van haar grote strategische doel, en de rol gespeeld van een regionale, politieke stabilisator, met een microaanpak voor de Europese veiligheidsomgeving. Maar het is de lotsbestemming van de NAVO om de macrostabilisatie rol te vervullen waarvoor zij is opgericht. De NAVO moet altijd de spiegel zijn van de omgeving die zij dient, en daarom moet zij zichzelf opnieuw transformeren om de problemen in de grote veiligheidsomgeving aan te kunnen pakken.

In het hyperelektronische tijdperk waarin wij leven, versmelten veiligheid en defensie waardoor een mondiale interdependentie en wederzijdse kwetsbaarheid is ontstaan. Het goed functioneren van staten, of gemeenschappen van staten, is zo enorm afhankelijk geworden van zoveel onderling verweven elektronische systemen en kritieke infrastructuren dat verstoring daarvan in de toekomst wel eens gelijk zou kunnen staan aan vernietiging. Artikel 5, de collectieve defensie, blijft belangrijk. Maar het verdrag dat de collectieve defensie in het leven riep, moet net als het Bondgenootschap zelf, worden geÔnterpreteerd als een basis voor een dynamische defensie in een dynamische tijd, waarin grenzen evenzeer virtueel als fysiek zullen zijn. Het Bondgenootschap kan alleen effectief zijn in deze wereld, als het zich herinnert waarvoor het in het leven is geroepen Ė om de politieke en fysieke integriteit van al zijn leden te garanderen, door middel van politieke solidariteit die ondersteund wordt door een geloofwaardige capaciteit om politieke stabiliteit te bewerkstelligen.

De transatlantische relatie moet worden omgevormd tot een nieuwe relatie voor een nieuwe wereld

In een ideale wereld, zou de verandering in AziŽ leiden tot de opkomst van nieuwe grootmachten, die elkaars gelijken en partners worden en niet elkaars rivalen. Maar AziŽ heeft last van grote verschillen in de economische ontwikkeling van de verschillende landen en andere problemen zoals het nationalisme, waardoor het zich verzet tegen het soort instellingen dat het Westen heeft opgebouwd, ondanks het bestaan van de Association of Southeast Asian Nations en verschillende veiligheidsgroeperingen in Shanghai. Tot de macht in AziŽ en het Stille Oceaangebied ingebed is in goedfunctionerende instellingen, zoals de Europese Unie en de NAVO, is er een sterk voorbeeld van stabiliteit nodig. Dat kan alleen door de Europeanen (en de Canadezen) worden verschaft, die in staat zijn een partnerschap met een Amerika aan te gaan, dat openstaat voor de politieke macht van partnerschap. Met andere woorden er is een nieuw transatlantisch contract nodig, dat gericht is op een nieuwe NAVO, die de hoeksteen zal moeten gaan vormen van de mondiale stabiliteit.

Gezien de snelheid en de aard van de veranderingen in AziŽ, en gezien de extreme geloofssystemen die vaak een direct gevolg lijken van de globalisatie en de verspreiding van massavernietigingtechnologieŽn, waarvan een groot aantal nu een halve eeuw oud is, kan het Westen het internationale systeem dat het heeft opgebouwd alleen in standhouden, als het de transatlantische betrekkingen nieuw leven inblaast. De transatlantische relatie is nooit goed geweest in microveiligheid, maar de transatlantische relatie is wel goed in macroveiligheid. Het Bondgenootschap moet daarom de taak krijgen zich op de toekomst te richten, in zich niet laten inperken door kleine rivaliteitjes over hiŽrarchie en prestige in het Westen.

Op den duur zal China wellicht uitgroeien tot een waardevolle partner van het Bondgenootschap die samen met de NAVO de strategische stabiliteit bevordert. De gemeenschappelijke zorg over het nucleaire programma van Noord-Korea en de gesel van de piraterij op de wereldzeeŽn, wijzen in die richting. Er zijn echter drie kenmerken van de Chinese militaire modernisering die Westerse planners zorgen zouden moeten baren. In de eerste plaats investeert China in vermogens voor de offensieve elektronische oorlogvoering en elektronische afweermiddelen. In de tweede plaats is China bezig een marine op te bouwen die beschikt over ondersteunende lucht- en grondstrijdkrachten die in staat zijn de Amerikaanse marine zoín twee Š drie weken lang de toegang tot de Japanse Zee te ontzeggen. In de derde plaats zijn de Chinese defensie-uitgaven vermoedelijk ongeveer twee tot drie keer hoger dan zij zeggen. Aangezien er geen volledige transparantie is ten aanzien van de veiligheid en defensie, dienen de transatlantische partners te overdenken wat de consequenties zouden kunnen zijn van deze nieuwe militaire macht. Kort samengevat, Chinaís defensiebeleid is in toenemende mate afgestemd op de defensiecapaciteiten van de Verenigde Staten. Het leidt bovendien tot destabilisering van een toch al instabiele regio. Er is geen complete veiligheid mogelijk zonder de veiligheid van AziŽ en er is geen veiligheid in AziŽ mogelijk, zonder een sterke rol van het Westen daarin.

Het Strategisch Concept moet zijn plaats vinden in de ďgroteĒ wereld

Gezien de aard en de snelheid van de verandering in de wereld, verandert de context rond het Strategisch Concept alarmerend snel en, in een ideale wereld, zou het mooi zijn als het Strategisch Concept zou worden geactualiseerd. Toch heeft het bestaande Strategische Concept, ook nu al, alles wat nodig is om richting te geven aan zowel leiders als planners bij de voorbereiding van het Bondgenootschap op zijn functioneren in de nieuwe, grote veiligheidsomgeving. Het gaat om de interpretatie, en daarbij gaat het, zoals meestal, eerder om een politiek, dan om een militair-strategisch probleem. Dientengevolge bestaat er weinig verband tussen het Strategisch Concept en de strategische visie die nodig is om nu en in de toekomst om te kunnen gaan met verandering. Er is enorm veel gebeurd sinds 1999 toen het Strategisch Concept werd opgesteld en tegenwoordig ligt het zwaartepunt van de meeste veiligheidsbelangen van de leden ver buiten Europa. Het Bondgenootschap moet op zijn minst het Eurocentrische karakter van het Strategisch Concept wijzigen in een mondiale oriŽntatie.

Zonder een alomvattend, relevant Strategisch Concept, raken defensie- en strijdkrachtplanning uit hun evenwicht. Het gevaar bestaat dat slechts beperkte strijdkrachten gepland gaan worden, die zijn afgestemd op een gedeeltelijke appreciatie van de omgeving waarin zij zullen moeten opereren en de missies die zij zullen moeten ondernemen. Een Strategisch Concept zou een effectieve connectie moeten vormen tussen totale strategie en militaire strategie, en moeten zorgen dat de strijdkrachten het buitengewoon belangrijke vermogen behouden zich telkens aan te passen aan de steeds snellere veranderingen in de veiligheidsomgeving. Er moet dus opnieuw een politieke realiteitszin worden geÔntroduceerd in de Bondgenootschappelijke planning. Langdurige, geloofwaardige operaties op strategisch niveau, vereisen dat de planning uitgaat van een krachtige analyse en een krachtige basis. Maar zo lang de Europeanen (en Canadezen) alleen de dreiging willen onderkennen die ze kunnen betalen, blijft die realiteitszin ver te zoeken.

Op dit moment wordt maar al te vaak aan het Bondgenootschap gevraagd om beperkte militaire macht te gebruiken om de kloof te dichten tussen het veilig stellen van belangen Ė datgene wat van cruciaal belang is voor het directe welzijn van de Euro-Atlantische gemeenschap Ė en de projectie van waarden Ė de politieke evolutie van anderen, naar Westers voorbeeld. Een herbezinning op het Strategisch Concept kan en moet op zijn minst leiden tot een beter inzicht in de betrekkingen tussen de politiek gewenste eindstadia in complexe, verafgelegen plaatsen en het gebruik van militaire middelen om die stadia te bereiken. Aangezien het 15 jaar duurt om van visie en planning tot capaciteit te komen, en gezien de snelheid waarmee de veranderingen zich voltrekken, moet het planningsproces nu van start gaan.

De NAVO zou ook moeten beginnen aan een Strategic Security Horizons - project, om te zorgen dat de transformatie van de strategische planning gelijke pas houdt met die van de strijdmacht. De Europeanen kunnen het Strategisch Concept alleen de nieuwe noodzakelijke betekenis geven, door een regeneratieve transformatie van de strijdmacht, door een betere organisatie en door het geld beter uit te geven. Dit betekent kort samengevat dat niet alleen dat strategie en concept voortdurend moeten worden herzien in het licht van verandering, maar dat ook opnieuw de koppeling moet worden gelegd tussen strategie en capaciteit. Dit proces staat centraal in ieder bondgenootschap. Zonder die herziening is ieder bondgenootschap, hoe heilig ook, onverbiddelijk gedoemd zijn betekenis te verliezen.

Transformatie moet uithoudingsvermogen en gevechtskracht hebben

Naast de herziening van de strategie, is transformatie van de NAVO-strijdmacht misschien wel de meest dringende taak van het Bondgenootschap. De twee processen zijn zelfs onverbrekelijk met elkaar verbonden. De politieke geloofwaardigheid van de transatlantische betrekking als de basis van het internationale systeem, en de bijzondere rol die daarin voor de Europeanen is weggelegd, moet nu eenmaal berusten op militair vermogen dat de militaire superioriteit van de democratieŽn in stand houdt. Deze opmerking is misschien niet politiek correct, maar beslist wel strategisch correct. Helaas wordt het vermogen van de NAVO om veiligheid in de grote wereld te genereren, ondermijnd door een strijdkrachtplanningsdilemma. Het is volkomen juist dat zij snelinzetbare, geavanceerde strijdkrachten nodig heeft. Maar het is ook nodig dat er een soort kritieke massa aan strijdkrachten aanwezig is, die gedurende langere tijd en op grote afstand alle aspecten van het geweldspectrum aan kan.

Tien jaar nadat de NAVO optrad in BosniŽ en Herzegovina, is het Bondgenootschap op weg van regionale naar strategische stabilisatie Ė eerst door middel van partnerschap, daarna door middel van lidmaatschap en, indien noodzakelijk, vervolgens via invasie en tijdelijke dwang. Maar tot dusver heeft nog niemand het probleem opgelost wat deze stabilisatie betekent voor de middelen Ė hoe kan de slagkracht om een gewelddadige inval te doen in een omgeving die dat niet wenst, in evenwicht worden gebracht met de capaciteit die nodig is om te zorgen dat die omgeving de aanwezigheid wel gedurende langere tijd toestaat.

De NAVO heeft gevechtstroepen nodig en troepen die kunnen stabiliseren en wederopbouwen. Of we het nu leuk vinden of niet, sommige landen zijn beter in de invasie, en anderen zijn geschikter om te stabiliseren en weer op te bouwen. Die elementaire waarheid is verloren geraakt in het nutteloze tot niets leidend debat over de werkverdeling. Er bestaat echter al een werkverdeling, namelijk tussen de landen die robuust geweld kunnen toepassen en landen die dat niet kunnen. De landen die dat niet wensen, hetzij omdat hun defensie-uitgaven te laag zijn, hetzij vanuit een bewuste politieke keuze, moeten beseffen dat lidmaatschap van het Bondgenootschap in de tijd na de NAVO-uitbreiding hen verplicht een stabilisatietaak op zich te nemen. Tegelijkertijd moeten stabilisatie- en reconstructievermogens binnen de politieke structuur van het Bondgenootschap een hogere waarde toegekend krijgen. Politieke invloed wordt tegenwoordig te zeer afgemeten aan het vermogen voor netwerkcentrische oorlogvoering. Iedere taak heeft zijn eigen waarde bij het bewerkstelligen van complexe politieke eindstadia, die geen exit-strategie kennen, maar alleen maar langdurige drawdown-strategieŽn.

Alle NAVO-strijdkrachten moeten op een zodanig niveau worden gebracht dat ze de operationele realiteit aan kunnen, ze moeten niet proberen hun respectieve zwaktes te verbergen achter het een of andere nationale voorbehoud
Transformatie moet dus de waarde van de werkverdeling tussen leden onderkennen. Als transformatie gericht wordt op datgene waarin bepaalde leden al goed zijn, en als die vermogens worden versterkt, terwijl het Bondgenootschap tegelijkertijd plant voor zijn taken in de grote wereld, kan worden gegarandeerd dat iedereen nu een bijdrage levert aan het totstandkomen van de politiek gewenste eindstadia, het enige waar ooit strijdkrachten voor mogen worden ingezet. Een versterking van de sterktes zou bovendien de transformatieve planning makkelijker maken voor nationale defensie-instellingen, terwijl die nu voor veel leden een ontmoedigende en zware opgave is. Veel Bondgenoten, krijgen als ze transformatie-ďjargonĒ horen de gehypnotiseerde blik in hun ogen van een konijn dat te lang in de koplampen van een vrachtauto heeft gekeken. Ze voelen zich zo verlamd dat geen effectieve modernisering tot stand komt en de transformatie in elkaar zakt onder het gewicht van excuses over pensioenen, verouderende bevolkingen en lagere belastinginkomsten.

De distincties tussen vredeshandhaving, vredestichting en oorlogvoering zijn snel hun betekenis aan het verliezen in de context van de oorlog ďop drie frontenĒ, d.w.z. een oorlog waarin humanitaire en stabilisatieactiviteiten ontplooid worden, en ook intensief wordt gevochten. Op zijn minst moeten alle NAVO-troepen op het niveau gebracht worden dat ze de operationele realiteit aan kunnen, in plaats van dat ze trachten hun zwaktes te verbergen achter het een of andere nationale voorbehoud. Transformatie moet dus beter worden afgestemd op iedere individuele staat en gebaseerd worden op wat voor die staat politiek en economisch haalbaar is, op voorwaarde dat de troepen, als ze worden ingezet, ook alle taken uitvoeren die hun worden opgedragen.

Het Geallieerd Commando voor Transformatie benadrukt terecht dat transformatie een proces is, en geen enkelvoudige gebeurtenis en dat het evenzeer om de mentale als om de materiŽle kant gaat. Als dat waar is, zouden er meerdere transformaties moeten plaatsvinden, omdat we van de nood een deugd moeten maken. Het is dus paradoxaal dat transformatie tot een evenwichtigere taakverdeling had moeten leiden, iets dat centraal staat in het operationele ethos van het Bondgenootschap, terwijl transformatie zo sterk gericht is op ontwikkeling aan het hoge einde van het geweldspectrum, dat zij juist leidt tot specialisatie en fragmentatie, wat slechts een deel van de strategische stabilisatiemissie vormt. Met andere woorden, transformatie moet plaatsvinden over het gehele geweldsspectrum en niet alleen het hoge einde betreffen.

Partnerschap in deze tijd betekent een actief mondiaal partnerschap

De grote uitbreidingsmissie van de jaren 1990 is voorbij. De NAVO heeft grotendeels voldaan aan haar belofte om van Europa een vrij en ongedeeld gebied te maken. In de grote nieuwe wereld moet de NAVO nu, naast haar verantwoordelijkheden in het kader van Artikel 5, de instelling voor de mondiale veiligheid worden. Er zijn natuurlijk andere staten die ook mee willen doen, en zij moeten op den duur ook worden toegelaten. Maar het concept partnerschap en de waarde die men eraan hecht, moeten veranderen. In sommige opzichten zou het politieke belang van partners even significant worden als dat van de leden. Partnerschap in deze tijd betekent niet langer dat andere landen worden voorbereid op het lidmaatschap, of dat ze een politieke relatie met het Bondgenootschap krijgen aangeboden. Een actief, mondiaal partnerschapsbeleid moet de NAVO in het hart plaatsen van een wereldwijd web van gelijkgestemde staten, dat werkt als stabiliteitsanker voor het internationale systeem, dat de invloed van het Bondgenootschap uitbreidt en landen die daartoe bereid en in staat zijn de gelegenheid geeft om samen met de NAVO strategische stabilisatiemissies uit te voeren. Een actief partnerschap betekent de banden cultiveren met alle democratieŽn in de hele wereld, inclusief AustraliŽ, BraziliŽ, India, Japan en Zuid-Afrika, en ze bekend te maken met de NAVO-standaards en doctrine zodat operaties samen kunnen worden ondernomen zonder dat iedere keer het operationele wiel opnieuw moet worden uitgevonden.

In eerste instantie moeten vrienden en buren, voortbouwend op het Samenwerkingsinitiatief, worden geholpen om de best practice vast te stellen op terreinen als veiligheidsbestuur, en hervorming van de veiligheidssector. Met het oog daarop moeten er de NAVO-standaards komen voor partnerschap en veiligheid, en niet alleen zijn bepaald voor lidmaatschap en het leger. Het Midden-Oosten en Centraal-AziŽ zijn de gebieden waar de nieuwe NAVO gemaakt of gebroken zal worden, en de kwaliteit en effectiviteit van het partnerschap zal bepalend zijn voor haar succes.

De Europese Unie en de NAVO zijn natuurlijke veiligheidspartners

Het is misschien niet prettig voor Noord-Amerikanen, en misschien ook niet voor sommige Europeanen, maar de Europese Unie zal zich ontplooien tot een onmisbare partner van het Bondgenootschap bij het bestuur van de strategische veiligheid. Op de middellange tot lange termijn zullen de civiele en militaire inspanningen van de Europeanen voornamelijk gericht zijn op de Europese Unie. Het is dus diepbedroevend dat de kleine Europeanisering de laatste tijd de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de NAVO heeft bemoeilijkt. Aangezien legitimiteit even belangrijk is als capaciteit om effectief te kunnen zijn, kan de Europese Unie niet zonder de NAVO en de NAVO niet zonder de Europese Unie. De Europese Unie kan nooit sterk zijn zonder een sterke NAVO en de NAVO kan nooit sterk zijn zonder een sterke Europese Unie. De pluralistische veiligheidsgemeenschap is alleen betrokken bij een complexe veiligheidsomgeving waarin complexe reacties gevraagd worden, als zij kan beschikken over verschillende actoren en instellingen. Diversiteit is kracht. Communicatie en coŲrdinatie zijn echter net zo belangrijk.

Het Westen heeft op dit moment twee centra die voor het garanderen van de veiligheid de leiding kunnen nemen Ė de NAVO en de Europese Unie. Afhankelijk van het gewenste politieke eindstadium, en van de plaats of de aard van de crisis die moet worden beheerst, zal of de een, of de ander de leiding op zich nemen. De Europese Unie zal een rol blijven spelen in de veiligheid, vooral ook omdat het essentieel is dat de Europeanen de verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen veiligheid. Vooral ook omdat het vermogen om macht te projecteren ondermijnd zal worden, als er geen vermogen tegenover staat dat de thuisbasis kan beschermen. Veel van het werk om de veiligheidsveerkracht van de Europeanen te beschermen, zal noodzakelijkerwijze in de Europese Unie moeten worden verricht, omdat zij Ė in tegenstelling tot de NAVO Ė de competentie van de staat overstijgt. In de grote wereld, is de impliciete competitie tussen de NAVO en de Europese Unie dus niet alleen strategisch gezien nutteloos, maar ook gevaarlijk. Er is intens behoefte aan beide instellingen. Er is plaats genoeg voor allebei, als degenen die achter die competitie zitten, zich maar zouden realiseren dat ze hun eigen veiligheid en die van de hele wereld enorm veel schade berokkenen.

Hoe de weg naar effectieve samenwerking eruit ziet? In de eerste plaats geen zinloze, grootse, gezamenlijke EU-NAVO-declaraties meer. Er moet een pragmatische relatie tussen de twee organisaties tot stand komen op grond van hun praktische samenwerking in het veld. EU-NAVO-Crisisactieteams zouden een eerste stap in de goede richting kunnen zijn. In de tweede plaats bestaat er maar ťťn stel Europeanen, en maar ťťn stel vermogens. Er is dus een nauwere werkrelatie nodig tussen de Praagse Capabilities Commitments en het Europese Capabilities Actieplan. De een of andere rol voor het Europese Defensie Agentschap tijdens de NAVO-Top van 2006 zou een goede start kunnen zijn. In de derde plaats moet de relatie tussen de NAVO-Reactiemacht (NRF) en de EUĖGevechtsgroepen beter gestalte krijgen. Zij zou opgezet kunnen worden rond een strijdkrachtplanningsconcept dat uitgaat van een oorlog op drie fronten en waarin escalatiedominantie het planningsparadigma is. De NAVO moet zich flexibeler opstellen ten aanzien van de relatie tussen de NRF en de Gevechtsgroepen en de Europese Unie moet transparanter zijn over haar planning en crisisbeheersing.

De mondiale strijd tegen het terrorisme kan alleen worden gewonnen met een grote strategie

Strategisch contraterrorisme verandert van een reeks mensenjachten in een nieuwe strategische doctrine voor betrokkenheid in een wereld die het Westen onverbiddelijk terug zal voeren naar de grote wereldveiligheid. Europeanen en Noord-Amerikanen moeten zich realiseren dat de reeks ďeenmaligeĒ acties die zo kenmerkend zijn geweest voor alle acties buiten Europa van de laatste 15 jaar, in feite een thema vormen. De geschiedenis begint opnieuw en doet dat via de strategische metafoor van de mondiale strijd tegen terreur. Afghanistan en Irak balanceren tussen contraterrorisme, strategische stabiliteit en strategische dwang en daarmee vragen ze veel van de civiele en militaire middelen van alle Bondgenoten. Wat uit het contraoffensief opdoemt, is een nieuwe 30-jaar lange oorlog, waarin extreme geloofsovertuigingen, oude maar uiterst destructieve technologieŽn, instabiele en intolerante samenlevingen, strategische misdaad, en de mondialisering van goederen en communicatiemiddelen samen een multidimensionele bedreiging vormen die aardrijkskundige ligging, functie en vermogen te boven gaat. De respons van het Westen en zijn partners vereist een nieuwe totale strategie waarin een grote NAVO centraal staat.

Er bestaat een continuŁm tussen strategische contraterrorisme en de nieuwe grote wereld van staten, omdat machtspolitiek, in zijn vele vormen, bezig is met een comeback. De Bondgenootschappelijke planning moet dus niet alleen in het teken staan van het contraterrorisme, dat ook geen excuus mag zijn om zich alleen bezig te houden met tactisch terrorisme, en niet groot te denken over de toekomstige omgeving. Het nieuwe Bondgenootschappelijke strategische denken, waarin de NAVO en de Europese Unie in de eerste plaats de verantwoordelijkheid voor de respons op zich nemen, vereist dat er een strijdmacht komt die kan beschikken over strategische civiel-militaire vermogens en kan afrekenen met een brede reeks dreigingen om zo de gewenste politieke eindstadia te bereiken.

Om dat te verwezenlijken, zullen de Europeanen en Noord-Amerikanen moeten gaan nadenken over een veel grotere wereld dan die waarop het Bondgenootschap zich de laatste tijd instelt. De Europeanen zullen dwang in ere moeten herstellen, anders kunnen hun niet dwingende middelen en instrumenten niet werken. En het Bondgenootschap zal meer moeten doen met de beschikbare middelen. Als het met de overvloed gedaan is, kan alleen een betere organisatie, of zelfs de integratie van defensie, een mogelijkheid vormen om een betaalbare, kritieke massa te creŽren die effect sorteert tegen de kritieke massa van de onveiligheid, instabiliteit en strategische verandering.

Een grote wereld vraagt om geloofwaardige, effectieve mechanismes die de veiligheid versterken, en dat betekent instellingen als de NAVO en de Europese Unie die harmonieus samenwerken in het belang van het hogere goed. Zij vraagt bovendien om een grote NAVO. Als het Westen nu groot denkt over de grote toekomst moet het onder ogen zien dat de Euro-Atlantische gemeenschap de beste kans maakt om het internationale systeem in stand te houden dat het Westen zelf heeft opgezet. Als de strategische visie nu tekort schiet, is dat systeem van geÔnstitutionaliseerd evenwicht, legitimiteit en stabiliteit echter gedoemd te verdwijnen en zal er een onmetelijk veel gevaarlijkere wereld ontstaan.
...top...