Ga naar de startpagina van de NAVO
Ga naar de startpagina van de NAVO kroniek
      Dit nummer: lente 2005 Vorige nummers  |  Taal
Ga naar de startpagina van de NAVO
 Inhoud
 Voorwoord
 Samenvattingen
 Interviews
 Boekbespreking
 Analyse
 Geschiedenis
 Militaire zaken
 Kaarten
 Medewerkers
 Bibliografie
 Links
 Volgend
 nummer
Ga naar de startpagina van de NAVO Kroniek Contacteer de uitgever /Abonnement Druk-vriendelijke versie

Dit artikel verder doorsturen

Geschiedenis

Manlio Brosio: consensusbouwer uit de Koude Oorlog

Ryan C. Hendrickson bespreek de carrière van Manlio Brosio, de vierde secretaris-generaal van de NAVO, vijfentwintig jaar na diens dood.


(© NAVO)

In de 25 jaar sinds de dood van Manlio Brosio, de vierde secretaris-generaal van de NAVO, op 14 maart 1980, zijn de strategische omgeving waarin de NAVO opereert en de activiteiten die het Bondgenootschap ontplooit onherkenbaar veranderd. Een aspect van het NAVO-werk dat echter niet is veranderd, is het proces van consensusopbouw. En op dit terrein presteerde Brosio, een rustige man die zelden de publieke belangstelling of de media zocht, nu juist bijzonder goed, in de zeven jaar van 1964 tot 1971 dat hij de leider van het Bondgenootschap was.

Brosio werd in 1897 geboren en studeerde rechten aan de Universiteit van Turijn. Zijn vroege belangstelling voor de politiek kwam tijdelijk op een dood spoor door de opkomst van het fascisme. Hij keerde in 1943 voor korte tijd als antifascist terug in de politiek, toen hij voor korte tijd vice-premier van Italië werd en vervolgens in 1945 en 1946 als minister van defensie. Na tussen 1947 en 1964 ambassadeur van Italië te zijn geweest in achtereenvolgens de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, kwam Brosio bij de NAVO als iemand, die zeer goed toegerust was om aan de slag te gaan met de NAVO-vraagstukken van die tijd. Volgens de belangrijkste historici die over de secretarissen-generaal van de NAVO tijdens de Koude Oorlog hebben geschreven, Robert S. Jordan and Michael Bloom, in Political Leadership in NATO (Westview Press, Boulder, CO, 1979), bleef Brosio te allen tijde toegewijd aan de transatlantische eenheid, en was hij de leider en vertegenwoordiger van werkelijk alle Bondgenoten - de kleine en de grote.

Brosio was een zachtaardige, vriendelijke man, die directe confrontaties binnen het Bondgenootschap trachtte te vermijden. Hij wilde juist een effectief bestuurder te zijn, die geduldig via diplomatieke middelen en privé-onderhandelingen werkte aan de bevordering van consensus. Brosio, een zeer belezen man met een goed oog voor detail, kwam 's ochtends vroeg op het hoofdkwartier van de NAVO aan en dook dan direct diep in alle politieke aspecten van de Bondgenootschappelijke operaties. Medewerkers herinneren zich nog wel hoe buitengewoon goed hij op de hoogte was van alle actuele ontwikkelingen, kennis die hij had opgedaan door de ochtendkranten van a tot z te lezen. Hij besteedde een deel van de ochtend gebruikelijk aan het leren van Duits, een taal die hij dacht nodig te hebben om alle leden van het Bondgenootschap beter te kunnen dienen.

Het tijdperk-Brosio was een bijzonder moeilijke periode wat betreft de eenheid binnen het Bondgenootschap. In deze tijd ging de NAVO over van de strategie van de "massale vergelding" op de strategie van het "beperkte antwoord", en naar aanleiding van allerlei meningsverschillen over die nieuwe doctrine, werd het hoofdkwartier van het Bondgenootschap verplaatst van Parijs, naar Brussel.

Brosio trachtte voortdurend de leider van alle 15 Bondgenoten te blijven en koos er daarom op een bepaald moment voor, zo constateren Jordan and Bloom, zijn voorzitterschap van de Noord-Atlantische Raad tijdelijk op te geven. In die periode trad André de Staercke, de Belgische ambassadeur bij de NAVO, op als feitelijk voorzitter van de Noord-Atlantische Raad, tijdens de onderhandelingen over de overplaatsing van het NAVO-Hoofdkwartier naar Brussel. Intussen bleef Brosio een open communicatie en nauwe contacten onderhouden met alle Bondgenoten en trachtte hij de eenheid van de NAVO te bevorderen.

Op het moment dat de NAVO bezig was met de voorbereidingen voor de verhuizing naar Brussel, ontstonden er problemen tussen de Bondgenoten over de wapenbeheersingsvoorstellen aan de Sovjet-Unie. Veel Bondgenoten waren van mening dat er meer overleg binnen de NAVO moest worden gevoerd. Op initiatief van de Belgische minister van buitenlandse zaken, Pierre Harmel, gaf de Noord-Atlantische Raad de opdracht een studie uit te voeren over de taak en het doel van de NAVO in de Koude Oorlog.

Het Harmel-Rapport dat uit deze studie voortkwam, en dat een jaar voorbereiding had gekost, beschreef een nieuwe, revolutionaire koers voor de NAVO, en kwam tot de conclusie dat het Bondgenootschap twee even belangrijke taken had: verdediging en ontspanning. Het rapport deed de aanbeveling dat de NAVO enerzijds haar klassieke verdedigingstaak zou blijven uitvoeren en anderzijds een nieuw doel zou ontwikkelen, de "détente". Dit betekende dat de Bondgenoten zich bewust dienden te blijven van de veiligheidsdreiging die uitging van de Sovjet-Unie en het Warschaupact en van de noodzaak voor militaire afschrikking, en tegelijkertijd een stabielere relatie dienden na te streven en moesten trachten de onderliggende politieke problemen op te lossen.

Tegenwoordig beschouwen de meeste analisten het Harmel-Rapport als een baanbrekend document, dat mede heeft geleid tot uitbreiding van de NAVO-taak en dat het Bondgenootschap in staat gesteld heeft uit te groeien van een reguliere militaire organisatie, tot een diplomatiek verbond dat ook politieke doeleinden nastreeft. In zijn boek NATO, The European Union and the Atlantic Community: The Transatlantic Bargain Reconsidered (Rowan and Littlefield, Boulder, CO, 2002), stelt Stanley R. Sloan, dat het rapport heeft geleid tot het herstel van een brede strategische consensus tussen de Bondgenoten, terwijl de NAVO zich ontwikkelde en andere diplomatieke, politieke en militaire benaderingen vond voor de transatlantische veiligheid. Het Harmel-Rapport heeft aantoonbaar ook de weg gebaand voor de verbreding van de NAVO-taken die plaatsvond tijdens de Top van Rome in 1991, waar de Bondgenoten hun goedkeuring hechtten aan het eerste postkoudeoorlogse Strategische Concept.

Het is interessant dat Brosio zelf in het begin zijn twijfels had over de détente. Dat blijkt uit zijn tot nu toe nog niet gepubliceerde dagboeken, die bewaard worden in de archieven van de Stichting Luigi Einaudi in Turijn en die op dit moment worden gereedgemaakt voor publicatie door de Italiaanse historicus Bruna Bagnato van de Universiteit van Florence. Desondanks gaf hij uiteindelijk zijn volledige steun aan het Harmel-Rapport. Vlak voor, en direct na dat de Bondgenoten het rapport hadden goedgekeurd, trachtte Brosio via allerlei diplomatieke inspanningen binnen het Bondgenootschap juist de transatlantische samenwerking op het gebied van wapenbeheersing te bevorderen. Intussen resulteerden initiatieven van de VS in het Nucleaire Non-Proliferatieverdrag en de onderhandelingen over beperkingen op strategische wapens (Strategic Arms Limitation Talks: SALT).

Afgezien van zijn inspanningen als leider van de NAVO tijdens deze bijzondere periode in haar geschiedenis, leeft Brosio vooral in de herinnering voort als verdediger van de defensie-uitgaven, zijn gedisciplineerde leiding over Raadsvergaderingen en zijn kennis van, en respect voor het diplomatieke protocol onder de Bondgenoten. Brosio had ook de gave dat hij kalm kon blijven tijdens zeer gespannen zittingen van de Noord-Atlantische Raad. Zelden toonde hij emotie, zelfs tijdens de meest verhitte discussies. Wanneer de gemoederen hoog opgelopen waren, kon hij juist geweldige memoranda over de beslissingen opstellen, waarin hij, door alle politieke en semantische nuances uit te buiten, de Bondgenootschappelijke consensus wist te benadrukken.

In zijn memoires, NATO: The Transatlantic Bargain (Harper and Row, New York. 1970), stelt de voormalige Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, Harlan Cleveland, wiens ambtsperiode bij de NAVO samenviel met het tijdperk-Brosio, dat de vierde NAVO-secretaris-generaal het noodzakelijke "politieke ingrediënt" leverde, dat nodig was om tot consensus te komen over de moeilijkste onderwerpen. Hij wijdt dit aan Brosio's voorzichtige, prudente, diplomatieke stijl, die vaak leidde tot wederzijds politiek begrip en een betere communicatie tussen de Bondgenoten.

Brosio was een fervent voorstander van de dinsdaglunches voor NAVO-ambassadeurs, waar permanente vertegenwoordigers elkaar informeel konden ontmoeten en tot gezamenlijke beleidsdoelstellingen konden komen. In tegenstelling tot zijn voorganger Dirk Stikker, zorgde Brosio dat hij deze lunches regelmatig bijwoonde en daardoor groeiden ze uit tot een belangrijk en uniek onderdeel van het institutionele apparaat van de NAVO.

Brosio slaagde er ook in tot goede werkrelaties te komen met de twee Geallieerde opperbevelhebbers Europa die er tijdens zijn ambtsperiode zijn geweest - de Amerikaanse generaals Lyman L. Lemnitzer en Andrew J. Goodpaster - ondanks de grote verschillen in hun persoonlijkheid en stijl van leidinggeven.

Aangezien de secretaris-generaal alleen invloed kan uitoefenen op de NAVO-besluiten via zijn voorzitterschap van de Noord-Atlantische Raad en hij geen officieel gezag of beslissingbevoegdheid bezit betreffende het Bondgenootschappelijk beleid, is de leider van de NAVO altijd beperkt in zijn mogelijkheden om het Bondgenootschap in een nieuwe richting te sturen. Evenals vele andere secretarissen-generaal had Brosio soms moeite om zijn stem te doen horen, en zijn persoonlijke invloed op het Bondgenootschappelijk beleid moet ook weer niet te hoog worden ingeschat. Niettemin schetsen de analen van de geschiedenis van de jaren 1960, een tijd dat de NAVO voor zeer complexe uitdagingen stond, een zeer positief beeld van de periode dat Brosio aan het roer stond. De politieke behendigheid en geduldige diplomatie die Brosio meebracht naar zijn ambt, dat zijn vaardigheden die alle secretarissen-generaal moeten cultiveren om het Bondgenootschap door perioden van verandering en meningsverschillen tussen de Bondgenoten heen te kunnen loodsen.

Ryan C. Hendrickson is buitengewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Eastern Illinois en werkt op dit moment aan een boek over de secretarissen-generaal van de NAVO.

...top...