Ga naar de startpagina van de NAVO
Ga naar de startpagina van de NAVO Kroniek
      Dit nummer: Herfst 2002 Vorige nummers  |  Taal
Ga naar de startpagina van de NAVO
 Inhoud
 Voorwoord
 Samenvattingen
 Debat
 Boekbespreking
 Interview
 Artikelen
 Analyse
 Militaire zaken
 Statistieken
 Medewerkers
 Links
 Volgend
 nummer
Ga naar de startpagina van de NAVO Kroniek Contact editor/ abonnement Druk-vriendelijke versie

dit artikel verder doorsturen
Samenvattingen

De kloof in de militaire vermogens dichten
James Appathurai

De NAVO worstelt al sinds haar oprichting met de vraagstukken interoperabiliteit en lastenverdeling. Maar omdat de Amerikaanse voorsprong op technologisch gebied zo groot is geworden, is de huidige bezorgdheid ernstiger. De verschillen in de militaire vermogens zouden tot een werkverdeling kunnen leiden, waarin de hightech Bondgenoten (voornamelijk de VS) zorgen voor de logistiek, strategisch vervoer over zee en in de lucht, intelligence en luchtgevechtcapaciteit terwijl de anderen, omdat ze niet beter kunnen, in toenemende mate de verantwoordelijkheid krijgen voor personeelsintensieve taken als langdurige vredeshandhaving. Zo'n werkverdeling zou, als die te uitgesproken wordt, politiek niet vol te houden zijn. Ze zou leiden tot verschillende percepties ten aanzien van risico's, kosten, en succes, en zou daardoor een enorme druk leggen op de eenheid en saamhorigheid van de NAVO. Er wordt aan gewerkt om de kloof in de militaire vermogens te overbruggen. Tijdens de komende Top in Praag zal de NAVO een nieuw initiatief betreffende de vermogens aannemen, dat een aanvulling en versterking zal vormen op de inspanningen van de Europese Unie, die ten doel hebben om zijn Hoofdlijndoelstelling te verwezenlijken. De EU wil uiterlijk in 2003 kunnen beschikken over een inzetbare strijdmacht ter grote van een corps. De NAVO kan echter alleen slagen in het ontwikkelen van de noodzakelijke vermogens, en de EU kan alleen zijn Hoofdlijndoelstelling halen, als er voldoende middelen zijn.

Haalbare doelen
Edgar Buckley

De NAVO zal tijdens de komende Top in Praag een nieuw initiatief betreffende de militaire vermogens presenteren, dat in drie opzichten anders zal zijn dan zijn voorganger het DCI (Initiatief betreffende de Defensievermogens). Het zal een scherpere focus hebben. Het zal gebaseerd zijn op een hardere vorm van nationale betrokkenheid. En het zal veel meer de nadruk leggen op multinationale samenwerking, inclusief rolspecificatie, en wederzijdse versterking. Dit in connectie met het streven van de Europese Unie om eigen militaire vermogens te ontwikkelen. De vier kerngebieden zijn: de verdediging tegen chemische, biologische, radiologische en nucleaire aanvallen; superieure faciliteiten voor commando, communicatie en informatievoorziening; betere interoperabiliteit tussen uitgezonden troepen en kernaspecten van gevechtseffectiviteit; en snelle inzetbaarheid en duurzame inzet van de troepen. Het is niet realistisch te verwachten dat het nieuwe initiatief binnen korte tijd alle gewenste verbeteringen in de vermogens zal opleveren, maar het zal vermoedelijk wel de NAVO-vermogens in hun totaliteit verbeteren en de kloof tussen de Verenigde Staten en de andere Bondgenoten verkleinen, tenminste als de Bondgenootschappelijke regeringen hun beloften waarmaken.

Investeren in veiligheid
Lord Robertson

De uitdagingen waarvoor wij vandaag de dag staan, zijn niet zo direct duidelijk als de bedreiging die uitging van de Sovjet-Unie ten tijde van de Koude Oorlog. Maar ze zijn wel echt, en zeker minstens even gevaarlijk. In de komende jaren moeten we rekenen op meer terrorisme, meer mislukte staten en meer verspreiding van massavernietigingswapens. Oplossingen voor deze problemen zijn niet puur militair van aard, maar militaire vermogens vormen het cruciale fundament onder onze veiligheid. De huidige veiligheidsomgeving dwingt ons er toe meer nadruk te leggen op het gebruik van geweld in verder afgelegen gebieden, inzetbaarheid, voortzettingsvermogen, en effectieve inzet. Er zijn enkele bemoedigende tekenen dat Europa zich van het probleem bewust is geworden. Veel Europese Bondgenoten lijden echter nog onder de "nul-groei van de defensiebegroting"-mentaliteit die de noodzakelijke militaire transformatie in de weg staat. Het is echter mogelijk zelfs zonder grote stijgingen van de defensiebegrotingen grotere militaire vermogens te realiseren. Na de Top van Praag moet defensie meer concrete resultaten gaan opleveren. Het draait daarbij niet om economische factoren en niet om het aanschafbeleid, het gaat zelfs niet om militair beoordelingsvermogen. Het gaat om de politieke wil.

De Helsinki Hoofdlijndoelstelling halen
Generaal Rainer Schuwirth

Drie jaar geleden heeft de Europese Unie zich de Hoofdlijndoelstelling gesteld. Volgend jaar moet de EU in staat zijn om binnen 60 dagen 60.000 man op de been te brengen en die strijdmacht minimaal een jaar lang in het veld te houden. Dit streven om een militair vermogen op te bouwen, betekent niet dat de EU met de NAVO wil concurreren. Men wil de Europese militaire vermogens in hun geheel verbeteren en op die wijze ook de Europese pijler in de NAVO versterken en een effectievere bijdrage kunnen leveren aan operaties onder leiding van de NAVO. De Europese Unie zal zich niet bezig houden met de collectieve defensie, maar met crisisbeheersingsoperaties, waarbij de NAVO als geheel niet betrokken is. Op dit moment zijn er nog veel tekortkomingen in de militaire vermogens. Sommige zouden relatief gemakkelijk kunnen worden opgeheven door extra aanbiedingen van lidstaten. Op andere gebieden moeten reeds bestaande nationale en multinationale initiatieven op den duur de noodzakelijke verbeteringen gaan opleveren. Maar er zijn gebieden waar een verbetering van de vermogens alleen kan worden gerealiseerd met grote investeringen. In een tijd dat de budgetten krap zijn, is het belangrijk dat de defensie-Euro een maximaal concreet rendement oplevert. Dit vereist nieuw en vernieuwend denken. De belangrijkste verandering die nodig is, is een psychologische. De Europese besluitvormers zullen "Europees" moeten gaan denken en handelen, als zij Europese vermogens willen ontwikkelen en verbeteren.

Langzaam maar zeker
Stewart Henderson

De oprichting van het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa in de zomer van 1999 leidde tot grote verwachtingen in de hele regio. Spoedig ontstond echter het gevoel dat het pact teleurstelde. Een deel van het probleem was dat men niet goed begreep wat men realistisch gezien van het Stabiliteitspact mocht verwachten. Het is geen financieringsorganisatie of implementatieagentschap. Het is veeleer een verband van ruim 40 landen en internationale organisaties dat tracht te komen tot een geco÷rdineerde strategie voor de aanpak van de problemen waarmee heel Zuidoost-Europa worstelt. Een analyse van de ontwikkelingen in het gebied van de afgelopen drie jaar geeft een voorzichtig positief beeld. De landen in het gebied komen steeds dichter bij Europa en de Euro-Atlantische instellingen en structuren. Hun onderlinge contacten zijn ge´ntensiveerd en vinden regelmatiger plaats. Er is een heel netwerk van initiatieven gevormd voor de aanpak van wat men nu ziet als gemeenschappelijke problemen. Op dit moment zijn de prioriteiten: handel, investeringen, infrastructuur, energievoorziening, de terugkeer van vluchtelingen, de bestrijding van de georganiseerde misdaad het terugdringen van kleine en lichte wapens, en de instelling van een subregionaal samenwerkingsproces dat ten doel heeft Kosovo te betrekken bij haar direct buurlanden. Het Stabiliteitspact is geen panacee voor Zuidoost-Europa. Maar de regio beweegt zich in de goede richting en het pact oefent steeds meer invloed uit op dat proces.

Na Praag
Andrew Cottey, Anthony Forster and & Timothy Edmunds

Sinds medio jaren 1990 hebben de Midden- en Oost-Europese staten - gesteund en aangemoedigd door de NAVO - grote defensiehervormingen doorgevoerd. Zij hebben mechanismes voor de democratische, civiele controle op het leger ingesteld, strijdkrachten ontwikkeld die in staat zijn deel te nemen aan internationale vredesoperaties, en de totale omvang van hun legers gereduceerd. Wanneer deze landen toetreden tot de NAVO, zullen hun nationale defensieproblemen deel gaan uitmaken van de grotere defensieproblematiek waar het hele Bondgenootschap mee te kampen heeft, waaronder militaire vermogens en lastenverdeling. Daarom moeten de regeringen in Midden- en Oost-Europa en in de NAVO-landen gezamenlijk onderzoeken hoe ze verder moeten. Misschien ligt de oplossing in nog radicalere reducties van de strijdkrachten, het afstappen van prestigieuze, maar dure aanschafplannen, de ontwikkeling van meer multinationale troepen en aanschafprojecten, meer nationale rolspecificatie binnen de NAVO en de Europese Unie, en meer aandacht voor de wat minder in het ooglopende aspecten van het defensiebeleid zoals opleiding, operaties en onderhoud, en communicatieapparatuur. Als die stappen niet worden ondernomen, zal de militaire bijdrage van de Midden- en Oost-Europese landen aan de NAVO en de Europese Unie minder dan die zou kunnen en moeten zijn, en de vruchten van de uitbreiding zullen niet ten volle worden geplukt.

...top...