Ga naar de startpagina van de NAVO
Ga naar de startpagina van de NAVO Kroniek
      Dit nummer: Herfst 2002 Vorige nummers  |  Taal
Ga naar de startpagina van de NAVO
 Inhoud
 Voorwoord
 Samenvattingen
 Debat
 Boekbespreking
 Interview
 Artikelen
 Analyse
 Militaire zaken
 Statistieken
 Medewerkers
 Links
 Volgend
 nummer
Ga naar de startpagina van de NAVO Kroniek Contact editor/ abonnement Druk-vriendelijke versie

dit artikel verder doorsturen
Interview
Generaal William F. Kernan: militair hervormer
 

(© US DoD)


Generaal William F. "Buck" Kernan is opperbevelhebber van het Amerikaanse Joint Forces Commando en was tot 1 oktober tevens Geallieerd opperbevelhebber Atlantische Oceaan (SACLANT), beide gestationeerd in Norfolk, Virginia. Hij was de eerste landmachtgeneraal die beide functies tegelijk bekleedde. Onlangs heeft hij zijn functie als SACLANT neergelegd om zich helemaal te kunnen wijden aan het optimaliseren van de huidige en toekomstige militaire vermogens van de Verenigde Staten. Kernan komt uit Texas en ging in 1968 bij het leger. Hij is bevelhebber geweest van twee airborne compagnieën, twee Rangercompagnieën, van een karabinierscompagnie van het Britse Parachutistenregiment als uitwisselingsofficier, van een airborne infanteriebataljon, van een Rangerbataljon, van de 101ste Airborne Divisie, en van het XVIII Airborne Corps.

Hoe kan de NAVO een betere bijdrage leveren aan de strijd tegen het terrorisme?

Ik vind dat het Bondgenootschap bijzonder openhartig is geweest over wat het militair gesproken wel en niet kan doen. Lord Robertson heeft tijdens een van zijn spreekbeurten in juni de situatie zeer goed samengevat. Hij zei toen dat de dreiging van het mondiaal terrorisme vereist dat de NAVO nieuwe vermogens ontwikkelt. Hij stelde dat het Bondgenootschap zich met name op vier cruciale militaire gebieden dient te richten: communicatie; logistiek en voortzettingsvermogen; interoperabiliteit; en de verdediging tegen massavernietigingswapens. Het Bondgenootschap en de NAVO-lidstaten blijven aan die oproep gehoor geven. De dag na 11 september riep de NAVO voor het eerst in haar geschiedenis Artikel 5 in. Wat daarop volgde was niet alleen krachtige politieke steun, maar ook de snelle inzet van zeer hoog getraind personeel en het modernste materieel. Ook voor de vaste NAVO troepen was er een taak weggelegd. De Permanente Marine Strijdmacht ondersteunde de operatie Active Endeavor in het oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied en de NAVO-AWAC's werden met hun bemanningen overgeplaatst van hun thuisbasis in Geilenkirchen, Duitsland, naar de Verenigde Staten ter ondersteuning van de operatie Nobel Eagle. Al deze eenheden hebben uitstekend gepresteerd.

Hoe relevant is de NAVO naar uw mening in de huidige strategische omgeving?

In de eerste plaats denk ik dat de NAVO buitengewoon relevant blijft voor de geopolitieke vraagstukken in en rond Europa. Ik denk ook dat het op dit moment even belangrijk is om een samenwerking tussen democratieŽn te hebben als tijdens de Koude Oorlog. De bedreiging van onze collectieve veiligheid heeft misschien een andere vorm aan genomen, maar de instabiliteit die het gevolg is nieuwe dreigingen maakt de risico's voor de NAVO-landen alleen maar groter. In de tweede plaats ondermijnen "coalities van wilsbereiden" de doelmatigheid van de NAVO geenszins. Het Bondgenootschap is nog steeds de organisatie die men kiest als het gaat om de aanpak van alle transatlantische problemen, van rampenbestrijding en humanitaire operaties, tot missies in het kader van Artikel 5.

In het licht van de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hoe moet het Bondgenootschap zich verder ontwikkelen om deze nieuwe bedreigingen aan te pakken?

Die vraag staat centraal in het Bondgenootschappelijk veranderingsproces. Technologie vormt een onderdeel van dat proces, maar het is maar een deel. Wij willen zorgen dat onze troepen aanzienlijk effectiever kunnen optreden, door hun flexibiliteit, hun aanpassingsvermogen en hun reactievermogen te verbeteren. Wij willen daarvoor ieder technologische vooruitgang benutten, en hanteren daarnaast een holistische benadering van doctrine, organisatie, training, materieel, leiderschapsontwikkeling, personeel en faciliteiten. Formalistische en trage procedures uit het verleden moeten worden gestroomlijnd en zo worden ingericht dat zij alle internationale machtsinstrumenten integreren, om het gewenste resultaat te bereiken. Of dat nu vredeshandhaving is, vredesafdwinging, of het definitief verslaan van een vijand. Op dit terrein is het belangrijk dat onze inspanningen synergetisch zijn. Wellicht moeten zij zelfs worden gecoŲrdineerd met een door de Noord-Atlantische Raad aangestuurd militair plan. De evolutie van het Bondgenootschap moet voortvloeien uit een grondige, strategische en operationele analyse.

Een belangrijk initiatief dat is voortgevloeid uit de Top van Washington was dat van de Combined Joint Task Forces (CJTF's). Zou u, als eerste generaal van de landmacht die ooit als SACLANT is benoemd, kunnen zeggen welke veranderingen er in de marinestrijdmachten van het Bondgenootschap moeten worden aangebracht om te zorgen dat zij een integraal onderdeel van de CJTF's kunnen vormen en hoe ver het met de implementatie daarvan gevorderd is?

Een CJTF kan alleen goed functioneren als hij goed bemand is, volledig operabel, gemeenschappelijk en hooggetraind. Men moet goed op de hoogte zijn van de situatie ter plaatse. Dit kan worden bereikt door informatie in te winnen uit een netwerk van inlichtingenbronnen, die informatie samen te voegen en kritisch te analyseren, vaak door expertise door te spelen dwars door de traditionele gezagslijnen heen. Het resultaat is een gemeenschappelijk operationeel beeld dat kan worden aangescherpt tot een gemeenschappelijk relevant operationeel beeld. Deze exercitie leidt tot een buitengewoon goede inschatting van de plaatselijke situatie en maakt het mogelijk een complete gevechtsstrategie op te stellen, inclusief feedback en aanpassingen in commando en controle die de realiteit heel dicht benaderen. Hoewel dit niet het eindproduct zelf is, is dit samengevoegde inlichtingenmateriaal van cruciaal belang om onze militaire inspanningen effectiever te kunnen maken. Meer effectiviteit betekent vooral dat de militaire en politieke doelen sneller kunnen worden gehaald, met minder slachtoffers, minder verwoesting, en minder politieke nasleep dan op dit moment met de huidige vermogens mogelijk is. Wij zijn druk bezig dit vermogen te ontwikkelen en in dat kader hebben wij onlangs een grote NAVO-oefening gehouden, getiteld Strong Resolve, waar het CJTF-concept in een ongelofelijk robuust scenario is getest. De CJTF-bevelhebber, vice-admiraal Cutler Dawson, slaagde er bijzonder goed in de situatie ter plaatse accuraat in beeld te houden, terwijl hij opereerde vanaf het bevelsschip de USS Mount Whitney. Tijdens deze oefening hebben wij cruciale delen van een concept, dat wij al verscheidene jaren bezig zijn te ontwikkelen, kunnen valideren. Zodra het volledig operationeel is, zal het CJTF-model ons in staat stellen met grote snelheid, een geÔntegreerde flexibele, en doorslaggevende actie tegen een eventuele tegenstander op touw te zetten. Met deze verworven inzichten in ons achterhoofd, is het wel duidelijk dat gezamenlijke procedures, en technische interoperabiliteit de sleutels tot succes vormen. De marines van de NAVO-landen doen al jaren fantastisch werk op het terrein van procedurestandaardisatie en technische integratie van operationele eenheden.

In de tijd dat u tegelijk een VS- en een NAVO-functie bekleedde, was u verantwoordelijk voor de versterking van de interoperabiliteit tussen de NAVO-landen. Welke gebieden moeten de leden van het Bondgenootschap in de eerste plaats aanpakken?

Technische interoperabiliteit is de sleutel tot het toekomstig succes van de NAVO en de CJTF is een cruciaal onderdeel van onze strategie betreffende de militaire vermogens voor de toekomst. Om effectief te kunnen zijn, moeten de CJTF's van de NAVO kunnen beschikken over hooggetraind personeel, met compatibel materieel. Let op, ik zei compatibel, niet identiek materieel. Wij zijn ons zeer goed bewust van het belang dat de eigen industrie voor een land heeft. Wij vinden gewoon dat de NAVO overkoepelende technische structuren en protocollen moet opzetten die individuele naties in staat zullen stellen in hun eigen land materieel te fabriceren dat naadloos in het grotere geheel kan worden ingepast. Dit is een belangrijk onderdeel in de nieuwe benadering van Bondgenootschappelijke interoperabiliteit. Behalve de technologie, moeten ook veel gebieden van tactiek, techniek, en procedures worden gestandaardiseerd en gecoŲrdineerd. De NAVO-troepen zijn hier van oudsher bijzonder goed in. Wij moeten ons echter realiseren dat technische problemen en zelfs beleidsoverwegingen, zoals de rules of engagement, voortdurend invloed uitoefenen op ons vermogen om militaire operaties te oefenen. Wij merken dat de ontwikkeling en het experimenteren met concepten, zowel in Europa als in de VS grote winst opleveren en ons het proces bieden dat wij nodig hebben om effectieve interoperabiliteit, verbeterde vermogens, en een efficiŽnte benutting van de middelen mogelijk te maken. Niet alles dat wij proberen, zal uitwerken zoals wij dat verwachten. Onze experimenten hebben ten doel te bepalen wat wel werkt en wat niet, en wat we dus in de toekomst beter moeten doen.

Het Initiatief betreffende de Defensievermogens (DCI), dat tijdens de Top van Washington werd gepresenteerd, heeft niet zo veel bereikt als men had gehoopt. Wat zijn daarvan de vermoedelijke gevolgen voor de haalbaarheid van toekomstige militaire operaties?

Het DCI heeft niet alle doelen gehaald. De financiŽn waren beslist schaars te noemen, enerzijds omdat veel landen in hun eigen land met problemen te kampen hadden, en anderzijds door fluctuaties in de wereldeconomie. Bovendien werden de middelen die beschikbaar werden gesteld over te veel gebieden uitgesmeerd. Ondanks dit tegenvallend resultaat, vind ik dat het DCI-concept goed is. We zitten midden in een herziening van het DCI. De totale reikwijdte zal worden verkleind, de vereisten zullen worden geprioriteerd, en onze inspanningen zullen worden geconsolideerd om maximale effectiviteit te bereiken. We zullen ons op de volgende terreinen concentreren: logistiek, verbindingen, en modernisering, en daarnaast op de verdediging tegen nucleaire, biologische en chemische wapens en tegen raketten. Verbetering op deze gebieden zal ervoor zorgen dat wij in de toekomst over een sterker, vitaal militair vermogen kunnen beschikken.

De NAVO zal tijdens de Top van Praag vermoedelijk verscheidene landen uit nodigen om toe te treden. Hoe kunnen die landen het best in het Bondgenootschap worden geÔntegreerd?

Er is misschien wel een technische kloof tussen de kandidaat-landen en de huidige NAVO-leden, maar dat betekent niet dat de toekomstige leden geen bijdrage zullen leveren aan het totaal van onze vermogens. De NAVO is realistisch over wat de nieuwe leden militair gezien meebrengen. Wij verwachten geen vermogens op ieder gebied van de meeste landen. Wij zien veeleer groot voordeel in specialisatie en deelbijdragen. Deze concepten, tezamen met het bundelen van middelen zullen het Bondgenootschap ongetwijfeld toegevoegde waarde leveren.

De NAVO is bezig haar bevelsstructuur te herzien. Welke richting zal het naar uw mening met die herinrichting gaan en wat betekent dat voor de rol van SACLANT in de toekomst?

Dit en de uitbreiding zijn de twee grootste vraagstukken waar de NAVO op dit moment mee te maken heeft. De Verenigde Staten hebben hun intenties kenbaar gemaakt wat betreft het Amerikaanse Joint Forces Command. Vanaf 1 oktober 2002 zal de bevelhebber van het US Joint Forces Command zijn taak als SACLANT neerleggen. Dit is zo besloten om het Joint Forces Command in staat te stellen zich in de eerste plaats te concentreren op de transformatie van de Amerikaanse Strijdmacht. Dit zou uitzonderlijk gunstig voor het Bondgenootschap kunnen blijken te zijn. De Verenigde Staten zijn vast verbonden aan Europa en ze zijn vastbesloten de problemen met de Commandostructuur op te lossen en te zorgen dat die is afgestemd op de uitdagingen van de 21ste eeuw. De herinrichting van de Commandostructuur en de dialoog daaromheen is niet alleen noodzakelijk, maar ook goed voor het Bodgenootschap en zal de NAVO sterker maken voor toekomstige uitdagingen. De nieuwe structuur zal naar mijn mening een ander rol voor ACLANT gaan inhouden. Ik denk dat de idee van een strategisch, functioneel commando, verantwoordelijk voor de transformatie van het Bondgenootschap, op dit moment in Europa steeds meer ingang vindt. Als het tijdens de Top van Praag wordt goedgekeurd, zal deze vernieuwing ons in staat stellen ons te concentreren op toekomstige vereisten en vermogens, en de transformatie van het Bondgenootschap, die zo dringend noodzakelijk is, te versnellen.

Op welke wijze is het beroep van militair tijdens uw carriŤre veranderd?

Het leger van vandaag is een heel ander dan toen ik in 1967 in dienst trad, maar dat is niet noodzakelijk iets verkeerds. Het professionele leger van vandaag is niets anders dan dat, professioneel. Het bestaat uit hoogopgeleide, goedgetrainde vrijwilligers. In de jaren '60 was het maatschappelijk klimaat totaal anders, en een impopulaire oorlog was de oorzaak van veel personele problemen. Gedurende die gehele periode bleven vaderlandsliefde en moed echter de constante factoren. De wereld is veranderd en de meeste strijdmachten in die wereld hebben zich aan de veranderingen aangepast en daarmee zijn we allemaal beter af.

In het laatste nummer van EN-Vision is een soortgelijk interview verschenen.
...top...