Ga naar de startpagina van de NAVO
Ga naar de startpagina van de NAVO Kroniek
      Dit nummer: Herfst 2002 Vorige nummers  |  Taal
Ga naar de startpagina van de NAVO
 Inhoud
 Voorwoord
 Samenvattingen
 Debat
 Boekbespreking
 Interview
 Artikelen
 Analyse
 Militaire zaken
 Statistieken
 Medewerkers
 Links
 Volgend
 nummer
Ga naar de startpagina van de NAVO Kroniek Contact editor/ abonnement Druk-vriendelijke versie

dit artikel verder doorsturen

Debat
Hoe kan Europa de kloof in de militaire vermogens dichten?
    Yves Boyer               VERSUS               Burkard Schmitt




Yves Boyer is onderdirecteur van de in Parijs gevestigde Fondation pour la Recherche Stratťgique en voorzitter van de Sociťtť FranÁaise d'…tudes Militaires.




Burkard Schmitt is zowel wetenschappelijk hoofdmedewerker als de assistent-directeur van het Instituut voor Veiligheidsstudies van de Europese Unie in Parijs.

JA

NEE

Beste Burkard,

De Verenigde Staten hebben vorig jaar 85 procent meer aan defensie uitgegeven dan alle andere NAVO-bondgenoten samen en verhogen dit jaar opnieuw hun defensie-uitgaven. Daardoor is het verschil tussen de militaire vermogens aan weerszijden van de Atlantische Oceaan vermoedelijk groter dan ooit. Maar terwijl het voor de Europeanen cruciaal is dat hun legers interoperabel blijven met dat van de VS, opdat zij kunnen blijven samenwerken en samen vechten, moet er een lijn worden getrokken tussen deze noodzaak en de politieke gevolgen van de technische keuzes die zouden leiden tot afhankelijkheid.

Zoals je heel goed weet, dringt men er bij de West-Europeanen op dit moment op aan, dat zij de "kloof" tussen de militaire vermogens van hun strijdkrachten en die van de Verenigde Staten dichten. Die aansporing is natuurlijk zo oud als het Bondgenootschap zelf. Maar aan de traditionele argumenten die worden aangewend om de West-Europeanen aan te sporen hun defensie-uitgaven te verhogen, wordt nu de oorlog tegen het terrorisme toegevoegd. Het is echter nog niet bewezen dat het voor de oorlog tegen het terrorisme nodig is de militaire uitgaven te verhogen.

De volgende NAVO-Top in Praag zal zonder twijfel een volgende gelegenheid zijn om het grote verschil in de defensie-uitgaven van de Verenigde Staten en hun Bondgenoten te belichten en een gelegenheid voor de Amerikaanse leiders om te wijzen op de matte Europese inspanningen om er wat aan te doen. Het is op dit punt de moeite waard te bedenken dat de militaire vermogens van de Europese Unie die van haar directe buurlanden ruimschoots overtreffen en dat zij, internationaal gezien, alleen onderdoen voor die van de Verenigde Staten.

De motieven achter de Amerikaanse aansporingen zijn misschien belangrijker dan de kloof tussen de vermogens zelf. Bij die motieven zijn er twee bijzonder significant: in de eerste plaats het feit dat het Atlantisch Bondgenootschap zelf, er niet in is geslaagd het Initiatief betreffende de Defensievermogens (DCI) volledig te implementeren; en ten tweede een groeiend Europees zelfbewustzijn op belangrijke hightech gebieden, met het gevaar voor de Verenigde Staten dat er concurrenten worden geschapen op een terrein waar de VS op dit moment praktisch een monopolie bezitten.

In het kader van het DCI werd van de Europese Bondgenoten in feite gevraagd hun militaire positie te veranderen, volgens de inzichten die door de Amerikaanse legertop waren ontwikkeld. Op deze wijze zou het Atlantisch Bondgenootschap worden omgevormd tot een verenigde zone ten aanzien van strategie- en defensiezaken onder Amerikaanse leiding. De technologische vooruitgang werd haast een substituut voor een geÔdentificeerde dreiging om een diepere militaire integratie in het Atlantisch gebied tot stand te brengen, tot een niveau dat zelfs toen de Sovjetdreiging nog bestond, niet was bereikt.

De Amerikaanse visie op de toekomstige oorlogvoering is sterk beÔnvloed door een revolutionaire manier van het verwerken van gevechtsintelligence, bij uitstek belichaamd in het begrip "network-centric warfare". In de Amerikaanse visie moest dit ook de standaardvisie in Europa worden. Door technologie te zien als de belangrijkste factor die militaire actie aandrijft, was het eenvoudig de betekenis te beklemtonen van de opvallende technologische kloof tussen Europeanen en Amerikanen. De Amerikaanse uitgaven aan militair R&D waren in 2001 alleen al, hoger dan de hele defensiebegroting van Duitsland.

Misschien hopen belangrijke Europese defensie-industrieŽn wel op het dichten van de "kloof", omdat zij een afnemende thuismarkt hopen te kunnen stabiliseren en willen meetellen in de Amerikaanse defensiewereld. Maar wat West-Europa er financieel gesproken bij zou winnen, zou het in politieke termen verliezen. Het zou meer afhankelijk worden van de Verenigde Staten, aangezien Washington de enige houder zou zijn van de "sleutels" van het "systeem der systemen", dat de kern vormt van de network-centric warfare. Is dat een coherent beleid in een tijd dat de Europese Unie tracht een politieke rol en invloed te verwerven op internationaal gebied die verder gaan dan de economische en monetaire aspecten.

De Amerikaanse uitgaven aan militair R&D waren in 2001 alleen al, hoger dan de hele defensiebegroting van Duitsland.

Wanneer het Amerikaanse model wordt overgenomen, kan dat soms ook schadelijk zijn voor Europa, zoals bijvoorbeeld bij het Joint Strike Fighter-programma. Hiervoor zullen drie leden van de Europese Unie - ItaliŽ, Nederland en het Verenigd Koninkrijk - de komende jaren bijna $4 miljard weghalen uit potentiŽle Europese R&D-gelden. Deze investering, die vooral Amerikaanse bedrijven zeer ten goede zal komen, gaat ten koste van Europese vermogens, terwijl Europese researchprogramma's - het European Technology Acces Programme (ETAP) bijvoorbeeld, bedoeld om de kloof in R&D te dichten - schreeuwen om meer investeringen. De Europeanen schijnen op dit moment echter vastbesloten te zijn meer te investeren in hightech programma's, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het besluit het Galileo-project voort te zetten, ondanks de Amerikaanse tegenstand en lobby om het te beŽindigen.

In plaats te piekeren over de "kloof" in de militaire vermogens, zouden de EU-leden er beter aan doen, na te denken over de dynamiek rond het idee van een Europese Veiligheids- en Defensie-identiteit (EVDI) en over de militaire middelen die de Europeanen nodig zouden kunnen hebben om die identiteit tanden te geven. Over de vraag hoe militaire middelen en operationele doctrines kunnen worden ontwikkeld om de EVDI verder gestalte te geven, wordt echter zelden gesproken. Europa heeft sterkere militaire vermogens nodig. Maar de Europeanen moeten een model voor de oorlogvoering ontwikkelen, dat is toegesneden op de behoeften van de Europese Unie, een model dat "made in Europe" is, en waarin vermoedelijk veel minder de nadruk zal liggen op technologie dan bij de Amerikanen.

Met vriendelijke groeten,
...top...
Yves


Beste Yves,

Iedereen is het er wel over eens dat de Europese strijdkrachten grote tekorten in hun militaire vermogens hebben. Het probleem is zowel militair als politiek. In de eerste plaats wordt de interoperabiliteit met de Amerikaanse troepen steeds moeilijker; en ten tweede loopt de EVDI het risico een papieren tijger te worden.

Tekorten in de militaire vermogens houden natuurlijk verband met budgettaire beperkingen. Het grote probleem van de defensie-uitgaven in Europa draait echter meer om kwaliteit dan om kwantiteit. Veel Europese landen houden strijdkrachtstructuren in stand die simpel niet opgewassen zijn tegen de nieuwe veiligheidsproblemen, en, wat nog belangrijker is, alle Europese landen zien de aanschaf van wapens als een nationale chasse gardť. Daardoor blijven ze hun schaarse middelen verspillen aan kostbare duplicatie - van vermogens, van aanschafbureaus, van defensieregelingen enz. Gezien de mate van integratie die Europa op andere terreinen bereikt heeft, is deze manier van doen niet alleen ouderwets, maar vanuit de belastingbetaler gezien ook belachelijk. Ik betoog daarom dat ieder verhoging van de defensiebegroting gepaard zou dienen te gaan met structurele hervormingen, die het ontstaan van een gemeenschappelijke Europese defensiemarkt en een gemeenschappelijk bewapeningsbeleid zouden bevorderen.

Wat het DCI betreft, ben ik het tot op zekere hoogte met je eens. Natuurlijk is het DCI een bottom-up benadering voor de implementatie van het Strategisch Concept van de NAVO, en natuurlijk is het geÔnspireerd door de Amerikaanse strijdkrachtstructuur. Aan de andere kant betwijfel ik dat het DCI echt zal leiden tot een verenigde zone ten aanzien van strategie- en defensiezaken onder Amerikaanse leiding. Ik zou willen betogen dat er al een specifiek Europese benadering voor het gebruik van militaire macht bestaat, die is ingebed in de grotere veiligheidsbenadering en die is gebaseerd op een specifieke veiligheidscultuur. Het is waar dat deze cultuur nog niet tot een Europees Strategisch Concept heeft geleid, maar de meeste Europese landen voelen een haast instinctieve aarzeling om de Amerikaanse focus op militaire macht naar de kroon te steken. Dit heeft op zijn beurt een grote invloed op Europese besluiten om niet tot overeenkomst te komen over DCI-verplichtingen die de Amerikaanse veiligheidsbenadering te sterk weerspiegelen.

Er zijn natuurlijk gebieden die zowel voorkomen op de DCI-lijst van tekortkomingen als op die van het Actieplan voor de Militaire Vermogens van de Europese Unie. Het spreekt van zelf dat de Europeanen aan deze gebieden prioriteit moeten geven. Of deze leemten worden opgevuld door Amerikaans of Europees materieel blijft een besluit van de betrokken nationale regeringen. Europese landen zonder eigen wapenindustrie kopen van oudsher Amerikaanse spullen. Dat is misschien betreurenswaardig maar het is op zijn minst gedeeltelijk ook de fout van de grote wapenproducerende landen die hebben verzuimd hun partners te integreren in een gemeenschappelijk politiek project.

Veel Europese landen houden strijdkrachtstructuren in stand, die gewoon niet opgewassen zijn tegen de nieuwe veiligheidsproblemen.

Nog gÍnanter is echter het feit dat de grote wapenproducerende landen in Europa er geen duidelijke Europese strategie voor hun aanschafbeleid of hun defensie-industrie op na lijken te houden. Het probleem gaat verder dan het DCI. Of je het nu hebt over het gebrek aan Europese koplopers op het terrein van de marinescheepsbouw, of van landmachtmaterieel, of het uitstel van grote samenwerkingsprojecten, of de onmogelijkheid om een Europees bewapeningsagentschap op te zetten - de politieke wil om tot gemeenschappelijke oplossingen te komen, is eenvoudigweg niet aanwezig. Nogmaals, het echte probleem zit hem veel meer in de zwakte en het gebrek aan ambitie van Europa dan aan de Amerikaanse kracht of drang naar hegemonie.

Ik ben daarom minder optimistisch dan jij over de Europese bereidheid om meer te investeren in hightech programma's. Ik ben bang dat het voorbeeld van het Galileo-project enigszins misleidend is. In de eerste plaats is het een civiel project, wat het politiek gezien makkelijker maakt voor bepaalde Europese landen om het geld bij elkaar te krijgen en tegelijk met de VS te concurreren. In de tweede plaats betwijfel ik ten zeerst of Galileo ooit van start zou zijn gegaan als de Europese Commissie daar niet achteraan had gezeten. ETAP, wat een intergouvernementeel programma is, hangt volledig af van de bereidheid van de betrokken landen om ermee door te gaan, en de ervaring heeft wel geleerd hoe moeilijk dat kan zijn.

Het algemene probleem is, zou ik zeggen, het gebrek aan duidelijkheid rond het EVDB en de strategische en conceptuele implicaties van dat beleid. Gezien de meningsverschillen tussen de leden van de EU, was een zekere structurele ambivalentie aan het begin van het project vermoedelijk nodig, om het politiek van de grond te krijgen. Maar meningsverschillen kunnen niet eindeloos worden genegeerd, en het gebrek aan duidelijkheid maakt het steeds moeilijker het EVDB operationeel te krijgen.

Als het EVDB een realiteit wordt, zijn er twee zaken die noodzakelijk lijken. In de eerste plaats kan de Europese Unie er niet aan ontkomen haar eigen Strategisch Concept uit een te zetten als basis voor een effectieve planning. Dat zal alleen mogelijk zijn als de lidstaten overeenkomen dat de EU niet in staat hoeft te zijn dezelfde zware scenario's voor conflicten met een hoge intensiteit aan te kunnen als de Verenigde Staten. Dat betekent overigens niet dat de Europese Unie zich uitsluitend kan blijven richten op de conflicten met een lage intensiteit. In de tweede plaats moeten de Europeanen de rentabiliteit van hun aanschafbeleid ingrijpend verbeteren. Dat kan alleen worden verwezenlijkt als de Europese Unie betrokken wordt bij het materieel-aanschafproces, waarin de Europese Commissie zeker een rol zou moeten krijgen.

In de grond heb je dus gelijk, als je zegt dat de EU-leden moeten proberen het EVDB slagvaardiger te maken. Dit zou niet alleen leiden tot verbetering in de Europese vermogens, maar ook de transatlantische dialoog in het algemeen bevorderen. Het uiteenzetten van meningsverschillen hoeft niet te leiden tot een verergering van de geschillen. Het zou juist een stevige basis voor een open en concrete discussie kunnen zijn, en daar zijn de Amerikanen altijd een voorstander van geweest.

Met vriendelijke groeten,
...top...
Burkard


Best Burkard,

Ik ben het met je eens, dat het niet gemakkelijk is om de Europese Unie een eigen militair vermogen te geven. Dit lastige proces is echter wel in gang gezet. Dat is het logische gevolg van een politiek besluit van de EU-staatshoofden en regeringsleiders. Het juridisch raamwerk werd opgesteld met het Verdrag van Maastricht van 1992 en het politieke aftellen begon tijdens de Frans-Britse bijeenkomst in St. Malo in Frankrijk, van 1998. Dat gezegd zijnde, zal het vermoedelijk nog even veel jaren duren om dit project tot bloei te brengen, als nodig waren om de Euro in te voeren. We mogen niet vergeten dat toen het idee van een gemeenschappelijke munteenheid voor het eerst naar voren werd gebracht, dit leidde tot veel scepticisme en zelfs tot vijandigheid. Toch is die munteenheid nu, twintig jaar later, een realiteit en de gevolgen zijn niet catastrofaal geweest.

De evolutie van de Euro volgde een traditioneel Europees patroon. Dit werd ooit omschreven door de voormalige president van de Europese Commissie, Jacques Delors, als een cyclus waarin jaren van stagnatie worden gevolgd door snelle vooruitgang die op zijn beurt weer tot een crisis en nieuwe stagnatie leidt. De totstandkoming van een Europees defensiebeleid lijkt hetzelfde patroon te volgen.

Voordat de Europeanen hun doel van een gezamenlijk defensiebeleid kunnen verwezenlijken, moeten nog veel complexe problemen worden opgelost. Dat zal vermoedelijk een veel pijnlijker proces zijn dan iemand van ons zich kan voorstellen. Twee voorbeelden. Het eerste voorbeeld betreft de technologie; het tweede de militaire positie van ieder EU-land.

De Europeanen moeten een model voor de oorlogvoering ontwikkelen, dat is toegesneden op de behoeften van de Europese Unie.

Zoals je terecht opmerkt is Galileo strikt gesproken een civiel project. Het is echter nog veel meer, omdat het ook een militaire dimensie heeft, die de Europeanen niet kunnen negeren. Galileo heeft een aantal potentieel militaire gebruiksmogelijkheden, maar daarnaast kan het de noodzakelijke data verschaffen voor het gebruik van precisiegeleide wapens voor de lange afstand. Dit zou de weg kunnen banen voor een Europees doelbepalingscentrum. Op tactisch niveau kan Galileo de noodzakelijke data leveren voor deelname aan bijvoorbeeld mijnopruimingsactiviteiten, waar soldaten tot op de millimeter moeten weten wat er aan de hand is. Bovendien omvat het een gebruik van de door de Amerikanen ontwikkelde GPS-technologie die zij niet met alle bondgenoten hebben willen delen. Galileo kan op zo veel manieren voor militaire doeleinden worden gebruikt, dat de Europeanen spoedig zullen moeten besluiten hoe ze dat allemaal gaan regelen. Een logische oplossing zou zijn de militaire staf van de EU daarin een leidende rol te geven. Dit zal zonder enige twijfel tot verzet in bepaalde Europese landen leiden en een nieuwe crisis onder de Europeanen veroorzaken. Dat is misschien niet eens zo erg, omdat het de EU-leden zou dwingen collectief dieper na te denken over wat een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid met zich mee brengt.

In dat proces zal ieder EU-land zijn militaire positie moeten herbeoordelen. Is het redelijk, zoals jij stelt, als de Europeanen de kosteneffectiviteit van hun aanschafbeleid verbeteren, terwijl ze niets doen aan andere aspecten van de EU-defensie? Het opstellen van een werkelijk gemeenschappelijk Europees veiligheidsbeleid, vereist een structurele en functionele transformatie van meer dan Copernicaanse afmetingen. Toen wij beiden onlangs deelnamen aan een internationale vergadering van landmachtcadetten, voor het grootste deel afkomstig uit Europa, bepleitte een groot aantal van hen de oprichting van een gemeenschappelijk Europees opleidingsinstituut. Hoewel dit een pragmatische aanpak lijkt, roept het ook een zwerm van problemen op, zoals de mogelijkheden voor het maken van carriŤre in een EU-context. Tijdens het opstellen van een gemeenschappelijk defensiebeleid zullen veel vraagstukken die tot dusver genegeerd zijn op de agenda moeten worden gezet. Hiertoe behoren: doctrine, opleiding, strijdmachtspecialisatie, en carriŤreopbouw, en verder de consolidatie van de defensie-industrie, en het aanschafbeleid. Om dat goed te doen, zijn visie, vernieuwend denken en moed nodig.

Met vriendelijke groeten,
...top...
Yves


Beste Yves,

Ik hoop echt dat je vergelijking tussen het EVDB en de Euro niet mank gaat. Overigens, ik betwijfel wel eens of de politieke wil die ten grondslag ligt aan de Europese defensie even sterk is als die ten grondslag lag aan de gemeenschappelijke munteenheid. In ieder geval mogen we nooit vergeten dat een Europees militair vermogen geen doel op zich is, maar een instrument om politieke doelen te verwezenlijken. Met andere woorden, de opbouw van een EVDB zonder een versterking van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB) heeft geen zin.

De ontwikkelingen sinds 11 september 2001 hebben ons echter laten zien hoe moeilijk het is voor Europeanen om weerstand te bieden aan de centrifugale krachten die voortvloeien uit sterke druk van buitenaf. Als het puntje bij het paaltje komt, duiken de gebruikelijke nationale reflexen en meningsverschillen over de rol van de Europese Unie weer op. Sommige EU-landen blijven gewoon liever buiten de mondiale zaken. Anderen proberen liever te voorkomen dat de grotere partners de "hegemonie" krijgen, dan dat zij het gemeenschappelijk project versterken. En de grote lidstaten zijn nog altijd van mening dat zij een belangrijkere internationale rol kunnen spelen als ze buiten het Europees konvooi om handelen. Maar zonder a) de ambitie een internationale rol te spelen en b) het oprechte besef dat deze rol alleen tezamen kan worden vervuld, zullen de technische, militaire en financiŽle hinderpalen die een gemeenschappelijk defensiebeleid in de weg staan, niet worden opgeruimd. Echter, als wij daarin niet slagen, zullen zowel de hele Europese Unie, als de leden afzonderlijk, internationaal gezien uitgespeeld zijn.

Je hebt gelijk als je zegt dat de transformatie die nodig is van Copernicaanse afmetingen zou zijn. Ik vraag me gewoon af wie de implementatie van die transformatie moet gaan aansturen. Dat is trouwens de reden dat ik wees op het verschil tussen Galileo en ETAP. Natuurlijk heb je helemaal gelijk als je zegt dat Galileo belangrijke militaire mogelijkheden heeft. Maar tot dusver hebben we het over mogelijkheden, niet over de realiteit. Mijn punt is dat de Europese Commissie hier een doorslaggevende rol zou kunnen spelen, alleen al omdat Galileo als civiel project is opgezet. Ik ben ervan overtuigd dat het defensieprojecten zeer ten goede zou komen als zij ook gesteund zouden worden door een krachtige, werkelijk Europese voorvechter.

Het uiteenzetten van meningsverschillen zou juist een stevige basis voor een open en concrete discussie kunnen zijn, en daar zijn de Amerikanen altijd een voorstander van geweest.

Dat betekent niet dat een communautarisatie van de Europese defensie voor de nabije toekomst een realistische optie is. Ik kan me echter geen efficiŽnt EVDB voorstellen dat zuiver intergouvernementeel is georganiseerd. In mijn optiek kan de een of andere vorm van integratie, en een zekere mate van supra-nationalisme niet worden vermeden, als we onze ambities ten minste serieus willen nemen. Dat is waarom ik zo hamer op het aanschafbeleid en defensiemarkten. Budgettaire beperkingen en de invloed van commerciŽle aspecten maken dit de gebieden waar ik de meest dringende noodzaak zie, en de beste kans om de traditionele intergouvernementele benadering achter ons te laten.

De uitdaging is enorm en de huidige internationale situatie maakt het er allemaal niet makkelijker op. Een eventuele oorlog tegen Irak, en de gevolgen daarvan, de voortdurende economische crisis, de uitbreiding van de EU - het zijn allemaal vraagstukken die de Europese Unie in zijn algemeenheid, en het GVBV en EVDB in het bijzonder, onder enorme druk kunnen zetten. Maar misschien hebben de Europeanen wel een crisis nodig om hen te dwingen moedige, vernieuwende stappen te ondernemen.

Met vriendelijke groeten,
...top...
Burkard


Beste Burkard,

Je hebt een cruciaal probleem aangesneden toen je zei dat een efficiŽnt EVDB niet zuiver intergouvernementeel kan worden georganiseerd. Maar we zijn op dit moment duidelijk nog ver van een overgang naar een andere benadering verwijderd. In de meest EU-landen zou het zelfs bijna onmogelijk zijn hierover hardop te discussiŽren Maar het idee zal vroeger of later toch naar boven komen. Kijk maar eens naar hoe ons debat is verlopen. We zijn begonnen te praten over de wegen, middelen en structuren die nodig zijn om het EVDB te ontwikkelen en zijn het er over eens dat dit ernstige, reŽle concrete vraagstukken zijn. Bovendien zijn politici, ambtenaren en militairen er dag in dag uit mee bezig. Hun werk is echter langdurig, pijnlijk en zelden bevredigend. Het is dus makkelijk te wijzen op impasses en tegenslagen, vooral als we de vergelijking maken met de prestaties van de NAVO over de afgelopen halve eeuw.

In de loop van ons debat hebben we niettemin een diepere inzicht gekregen in het EVDB. Als we de crises van het moment even buiten beschouwing laten, kunnen we zien hoe ver het EVDB al gekomen is. In de meeste EU-landen omvat de defensieagenda tegenwoordig ook een Europese dimensie. Als je kijkt hoe de zaken er tien jaar geleden voor stonden, is dat een enorme vooruitgang.

Het opstellen van een werkelijk gemeenschappelijk Europees veiligheidsbeleid, vereist een structurele en functionele transformatie van meer dan Copernicaanse afmetingen.

Die vooruitgang is vermoedelijk het gevolg van seismische bewegingen net onder het oppervlak. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, is de geografie van de Europese veiligheid veranderd. Terwijl de Sovjetdreiging de nationale soevereiniteit m.b.t. veiligheidszaken in feite tijdelijk buiten spel zette en een bijna automatisch besluitvormingsproces in de NAVO op gang bracht, kwam aan deze situatie een einde toen de Koude Oorlog afliep. De nieuwe omstandigheden hebben niet tot chaos geleid, maar tot een steeds grotere malaise in het Bondgenootschap, zoals bleek tijdens de crises in Kosovo en Afghanistan, toen de NAVO er slechts met grote moeite in slaagde tot politiek consensus te komen.

Transatlantische betrekkingen blijven dynamisch, omdat zij stoelen op gedeelde waarden, gemeenschappelijke belangen en historische achtergronden. De complexiteit van de huidige internationale veiligheid heeft nieuwe verschillen in de attitudes en benaderingen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan aan de dag gebracht. De dreigingsperceptie in de EU en die in de Verenigde Staten is niet langer vanzelfsprekend dezelfde, zoals dat vroeger het geval was. Dit brengt de EU-landen er langzaam maar zeker toe na te denken over de opbouw van een gemeenschappelijk defensiebeleid. Het is beslist opmerkelijk dat het besluit om in Maastricht een EVDB te lanceren precies op het moment genomen werd dat het geautomatiseerd besluitvormingsproces van de NAVO stagneerde. De stimulans om door te gaan met dit proces is groter dan ooit.

Met vriendelijke groeten,
...top...
Yves


Beste Yves,


Ik ben het met je eens dat de transatlantische betrekkingen een veranderingsproces doormaken, dat een afspiegeling is van een dieperliggende transformatie van het internationale systeem. In een dergelijke situatie is het niet verwonderlijk dat er verschillen tussen de Verenigde Staten en Europa bestaan en dat ze zelfs groeien. Het probleem is niet de meningsverschillen als zodanig, maar de manier waarop de twee partijen ermee omgaan.

Zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie hebben een enorme verantwoordelijkheid voor de vrede en stabiliteit in de wereld. De Europeanen klagen vaak, en met reden, over het Amerikaans beleid. Maar zij ondermijnen hun argumenten door zelf hun eigen verantwoordelijkheden niet op hun schouders te nemen. Met het oog op de uitdagingen van het derde millennium heeft Europa de bijna morele verplichting in de wereldzaken tussenbeide te komen en te fungeren als een serieuze partner voor de Verenigde Staten. Ondanks alle gebreken blijft de Europese Unie het enige raamwerk waarbinnen de lidstaten dit doel kunnen verwezenlijken.

Misschien hebben de Europeanen wel een crisis nodig om hen te dwingen moedige, vernieuwende stappen te ondernemen.

Dit betekent op zijn beurt dat de Europese Unie efficiŽnte structuren nodig heeft en de bijbehorende politieke en militaire instrumenten. Het verbeteren van de militaire vermogens is slechts een van de vele aspecten, en misschien niet eens het belangrijkste. De huidige tekortkomingen in de militaire vermogens moeten echter worden aangepakt. Hoe meer Europeanen bereid zijn serieuze structurele hervormingen door te voeren, des te minder duur het opheffen van de tekortkomingen zal zijn.

Met alle verschillende percepties, concepten en doelen die Europa kent, is het begrijpelijk dat Europa minder aan defensie uitgeeft dan de Verenigde Staten en andere budgettaire prioriteiten heeft. Daarom zeg je terecht dat vergelijkingen met de Verenigde Staten niet als ijkpunt voor de Europese inspanningen kunnen dienen. De maatstaf voor de EU wordt gevormd door zijn eigen ambities. Een efficiŽnt GBVB en EVDB zouden niet alleen Europa's rol in de wereld versterken, maar ook het transatlantisch partnerschap ten goede komen. Als de EU-leden er daarentegen niet in slagen de noodzakelijk stappen te ondernemen om dat doel te bereiken, dan zullen ze gestraft worden met irrelevantie.

Met vriendelijke groeten,
...top...
Burkard