Go to Nato homepage
Ga naar de startpagina van de NAVO Kroniek
      Dit nummer: Zomer 2002 Vorige nummers  |  Taal
Go to Nato homepage
 Inhoud
 Voorwoord
 Samenvattingen
 Debat
 In memoriam
 Boekbespreking
 Interview
 Artikelen
 Analyse
 Militaire zaken
 Statistieken
 Medewerkers
 Links
 Volgend
 nummer
Ga naar de startpagina van de NAVO Kroniek Contact editor/ abonnement Druk-vriendelijke versie


dit artikel verder doorsturen





















































































































Analyse
Een nieuw begin

De NAVO en Rusland hebben een
belangrijke mijlpaal bereikt :
betekenisvolle samenwerking is nu
werkelijk mogelijk
(© NATO)

Paul Fritch analyseert de vooruitzichten voor de nieuwe NAVO-Rusland Raad.

"Aan het begin van de 21ste eeuw leven wij in een nieuwe, nauwverweven wereld, waarin totaal nieuwe bedreigingen en uitdagingen in toenemende mate om een gezamenlijke aanpak vragen."
                   De Declaratie na de Top van Rome, 28 mei 2002


De logica achter de nieuwe relatie tussen de NAVO-Bondgenoten en Rusland ligt in de eenvoudige verklaring hierboven, waarmee de Declaratie afgelegd na de Top van Rome in mei van dit jaar begint. De 20 staatshoofden en regeringsleiders die hun goedkeuring aan dat document hebben gehecht, waren bijeen niet als rivalen of vijanden, maar als gelijkwaardige partners in een nieuwe NAVO-Rusland Raad, verenigd in een gemeenschappelijke strijd tegen de veiligheidsbedreigingen van deze tijd. Dit was ongeŽvenaard.

In de maand na de Top hebben de NAVO en Rusland nog vaker vergaderd op alle niveaus - ministers van defensie, ambassadeurs, politieke adviseurs en deskundigen. Er zijn vier nieuwe werkgroepen opgericht, en er heeft een reeks deskundigenvergaderingen plaatsgevonden, om de politieke boodschap van Rome om te zetten in praktische samenwerking op kerngebieden. Hiertoe behoren: de strijd tegen het terrorisme, de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de bijbehorende lanceerinrichtingen, crisisbeheersing en civiele verdedigingsplanning. En hoewel wij allen blijven worstelen met de regels en procedures van deze geheel nieuwe structuur, is de politieke wil, die in het verleden zo vaak ontbrak in de NAVO-Rusland dialoog, evident aanwezig op alle niveaus. Wij verkeren nog in een heel vroeg stadium van dit ambitieuze project, maar de vooruitzichten op een werkelijk nieuwe kwaliteit in de betrekkingen tussen de NAVO en Rusland zijn gunstig.

Kunnen de NAVO en Rusland echte partners worden in de strijd tegen de bedreigingen in deze moderne tijd? Misschien moet de vraag na de terroristische aanslagen van 11 september luiden, kunnen de Bondgenoten en Rusland nog langer wachten met dat partnerschap, en een groot en groeiend aantal gemeenschappelijke belangen negeren, omdat ze vastzitten aan verouderde stereotiepen? De vliegtuigen die het World Trade Center en het Pentagon hebben getroffen, hebben niet alleen levens en eigendommen verwoest. Ze hebben onze gemoedsrust, ons gevoel van veiligheid en onze hele manier van leven aangetast. Ze hebben luid en duidelijk de boodschap overgebracht, dat de bedreigingen van vandaag (en morgen) niet hetzelfde zijn als de dreigingen van gisteren en dat wij ons niet langer veilig kunnen voelen achter onze tanks, raketten en muren. En die boodschap klonk even duidelijk in Moskou, als in Brussel, Londen en New York.

Toen het Bondgenootschap op 12 september 2001 Artikel 5 inriep en verklaarde dat de aanval op de Verenigde Staten een aanval was geweest op alle Bondgenoten, stuurden wij een krachtige boodschap van vastberadenheid aan de terroristen. Maar wij stuurden een even krachtige boodschap aan onze Russische partners.

Wij zeiden al jaren dat: "De NAVO en Rusland gemeenschappelijke belangen delen" en: "De NAVO is niet tegen Rusland gericht". Al die jaren hadden de Russische politieke leiders zich achter deze uitspraken geschaard, maar daarna gingen ze weer naar huis met het oude stereotiepe beeld in hun hoofd van het Bondgenootschap als een vijandige en agressieve organisatie, die erop gericht was Rusland te "omringen" en te marginaliseren. In 1999, toen de meningsverschillen over Kosovo uitbarstten in een officiŽle onderbreking van de dialoog tussen de NAVO en Rusland, vond dit beeld van de NAVO als bedreiging een gewillig oor bij het Russische publiek en de Russische elites. Maar op 12 september 2001, toen de NAVO - voor het eerst in haar 53 jaar lange geschiedenis - verklaarde dat zij werd aangevallen, was de vijand niet het "rode gevaar" in het oosten, maar terroristen (ook in Rusland's eigen veiligheidsconcept geÔdentificeerd als de belangrijkste bedreiging van de veiligheid). Bovendien werden de specifieke schuldigen - het El-Qaida-netwerk en het Taliban-regime in Afghanistan - al heel lang door Rusland beschuldigd van het helpen en radicaliseren van groepen rebellen in TsjetsjeniŽ en het bevorderen van instabiliteit langs de zuidgrens van Rusland. Het idee van "gemeenschappelijke belangen" was aan beide zijden nooit duidelijker geweest dan toen.

Hoewel de gezamenlijke strijd tegen het terrorisme een doorslaggevende factor was voor de nieuwe geest in de samenwerking tussen het Bondgenootschap en Rusland, is dit niet ons enige gemeenschappelijke belang. Regionale instabiliteit, proliferatie, internationale misdaad, massamigratie, illegale wapen- en mensenhandel - de lijst is eindeloos. Al deze moderne gevaren bedreigen zowel het Bondgenootschap als Rusland. Rusland, met zijn nucleaire wapenvoorraden, 11 tijdzones, 150 miljoen inwoners, en grenzen van de Kaukasus, via Centraal-AziŽ tot aan het Verre Oosten, is van evenveel belang voor de veiligheid van de NAVO-Bondgenoten als de Sovjet-Unie dat op enig moment van de Koude Oorlog was. Het verschil is, dat de veiligheidsbedreigingen van vandaag alleen in samenwerking kunnen worden aangepakt. Om met onze staatshoofden en regeringsleiders te spreken: "Totaal nieuwe bedreigingen en uitdagingen vragen in toenemende mate om een gezamenlijke aanpak".

Het verschil tussen 19+1 en 20 is geen kwestie van rekenkunde, maar van chemie
Waar wij eens bedreigd werden door de militaire macht van de Sovjet-Unie, worden wij nu bedreigd door het vooruitzicht dat de Russische Federatie zou kunnen verzwakken, of geÔsoleerd zou kunnen raken; dat centrale overheden de controle zouden kunnen verliezen over nucleaire, chemische of biologische wapens en materialen; dat wetenschappers in Rusland zich in hun wanhopig zoeken naar een goedbetaalde, vaste baan zouden wenden tot staten of groeperingen die massavernietigingswapens willen gaan maken; dat de regionale instabiliteit zowel binnen als buiten Rusland's grenzen een broedplaats zou kunnen vormen voor internationale terroristische groeperingen en criminele organisaties.

Dit principe is niet geheel nieuw en ook de ideeŽn in de Declaratie na de Top van Rome zijn dat niet. Het pad dat wij thans bewandelen, werd voor een groot deel al omschreven in de Stichtingsakte betreffende de Wederzijdse Relaties en Samenwerking en Veiligheid die door de staatshoofden en regeringsleiders der NAVO-landen met Rusland in mei 1997 werd ondertekend. En waar wij onze krachten moesten bundelen, hebben we dat vaak met goed resultaat gedaan.

Al bijna zeven jaar doen duizenden Bondgenootschappelijke en Russische militairen en officieren zij aan zij dienst, onder een verenigd commando, in een gezamenlijke missie, om vrede en stabiliteit te brengen op de Balkan. Dat is geen geringe prestatie. En toen de Russische kernonderzeeŽr Koersk, door een torpedo-ontploffing tijdens een oefening met scherp geschut naar de bodem van de Barents Zee zonk, waarbij alle 118 opvarenden omkwamen, reageerden de Bondgenoten direct vanuit hun hart. De door individuele Bondgenoten geboden hulp bij de reddingsoperaties blies het streven naar meer officiŽle samenwerking tussen de NAVO en Rusland bij zoek- en reddingsoperaties ter zee nieuw leven in. En wij hadden natuurlijk de Permanente Gezamenlijke NAVO-Rusland Raad, de voorloper van de NAVO-Rusland Raad, om van gedachten te wisselen over een groot aantal verschillende veiligheidsvraagstukken.

Wat echter aan de NAVO-Rusland dialoog ontbrak, was het werkelijk gevoel van een gemeenschappelijk doel en een gevoel van urgentie. Hoewel wij wel bijeenkwamen voor afzonderlijke vraagstukken of projecten - die vaak heel belangrijk waren, zoals onze gemeenschappelijke inspanningen op de Balkan - bleef de samenwerking eerder uitzondering dan regel en vereiste zij over het algemeen extra inspanning. Beide zijden bleven elkaar instinctief met achterdocht benaderen en onze overlegstructuren weerspiegelden dat.

De Permanente Gezamenlijke Raad (PGR) bood een forum waar de NAVO en Rusland bijeen konden komen, maar de regels zorgden er in feite voor dat wij op veilige afstand van elkaar zouden blijven. De PGR was in wezen een bilateraal forum, waarbij de Bondgenoten hun standpunten al hadden bepaald, nog voor zij met Rusland gingen overleggen. Rusland gebruikte op zijn beurt de PGR vaak om uiting te geven aan zijn ontevredenheid over het NAVO-beleid, het uitbreidingsbeleid bijvoorbeeld, zonder dat zij met de Bondgenoten spraken in een geest van werkelijke samenwerking.

Wij hebben een belangrijke mijlpaal bereikt, van nu af aan is een meer betekenisvolle samenwerking mogelijk. Een van de belangrijkste redenen hiervoor is de verandering in het leiderschap in het Kremlin. Toen Vladimir Poetin in december 1999 president werd, was een van zijn eerste besluiten ten aanzien van het buitenlands beleid, een einde te maken aan de jarenlange bevriezing van de betrekkingen tussen de NAVO en Rusland, die door zijn voorganger Boris Jeltsin naar aanleiding van de NAVO-luchtaanvallen op JoegoslaviŽ was ingesteld. President Poetin streeft consequent zijn visie op Rusland als "Europese" mogendheid na, vaak ondanks groot scepticisme in zijn eigen land. Weg is de retoriek over een "goed" (EU) en een "slecht" (NAVO) Europa. Poetin's pro-Westerse strategie omvat een werkelijke samenwerking met West-Europa en de Verenigde Staten om Rusland's politieke en economische macht te herstellen en effectiever af te kunnen rekenen met de gevaren die het zuiden en het oosten al zo lang bedreigen. Op dit terrein hebben de gebeurtenissen van 11 september 2001 geen grote koersveranderingen gebracht. Zij boden Poetin slechts de kans zijn plan te rechtvaardigen tegenover zijn binnenlandse critici, en het tempo ervan te versnellen.

De vorige herfst hebben de Bondgenoten een groot aantal ideeën naar voren gebracht over hoe we het best gebruik zouden kunnen maken van deze nieuwe geest van samenwerking. Een van de meest ambitieuze ideeën was wel, de inflexibele formele structuur van de PGR in te ruilen voor een meer flexibel NAVO-Rusland orgaan. Dat zou de Bondgenoten en Rusland in staat stellen als gelijkwaardige partners te overleggen over gebieden van gemeenschappelijk belang, terwijl het ook mogelijk zou blijven samen te werken voordat kernbesluiten waren genomen - samen nieuwe bedreigingen te analyseren gezamenlijke standpunten te ontwikkelen en, waar mogelijk, gezamenlijke besluiten te nemen en gezamenlijk actie in gang te zetten. Kort samengevat, om van de "19+1 structuur" van de PGR over te gaan tot een "format van 20".

Werken "met z'n twintigen" of na de uitbreiding van dit jaar eventueel "met z'n achtentwintigen", biedt ons de mogelijkheid ons voordeel te doen met de unieke Russische vermogens, informatie en politieke zienswijzen, ten aanzien van een hele reeks vraagstukken - vaak nog voordat het Bondgenootschap een standpunt over een gegeven vraagstuk heeft geformuleerd. Dit betekent niet dat wij overal mee in zullen stemmen. Het betekent niet dat de NAVO en Rusland niet langer onafhankelijk van elkaar zouden kunnen optreden, als onze belangen uiteenlopen. Maar het betekent wel dat wij, waar wij gemeenschappelijke belangen kunnen identificeren en waar wij samen willen werken, dat effectiever kunnen doen dan in het verleden. En naarmate het wederzijds vertrouwen en het aantal gemeenschappelijke belangen verder toeneemt, zal ook dit flexibele format meegroeien.

Hoewel er nog steeds belangrijke terreinen zijn waarover wij van mening verschillen, kan het nieuwe forum het wederzijds begrip bevorderen door continue contacten en dialoog, op een manier die alleen maar gunstig kan zijn voor de bevordering van de gemeenschappelijke Bondgenootschappelijke waarden in Rusland en Rusland's besluiten ten aanzien van het buitenlands beleid. Zoals Lord Robertson al zo vaak heeft gezegd, is het verschil tussen 19+1 en 20 geen kwestie van rekenkunde, maar van chemie. Uiteindelijk zijn het de attitudes, en niet de structuren, die bepalend zijn voor ons succes. En ook hier zijn de eerste tekenen gunstig. Wij zijn nog niet zeker van succes, maar we kunnen ons niet permitteren te falen.

Paul Fritch houdt zich bezig met NAVO-Rusland vraagstukken bij de NAVO-Divisie Politieke Zaken.

...top...