De relaties verdiepen zich
De vrede handhaven: de aanwezigheid van een vredesmacht onder leiding van de NAVO in Kosovo wordt door alle betrokken partijen gezien als de allerbelangrijkste factor voor het instandhouden van een veilige omgeving
(© KFOR)
Gabriele Cascone en Joaquin Molina bespreken de vooruitzichten voor het komende jaar voor het westelijke deel van de Balkan, vanuit een NAVO-perspectief
Hoewel de veiligheidssituatie in het westelijk deel van de Balkan sterk verbeterd is sinds er een einde is gekomen aan de Joegoslavische afscheidingsoorlogen en sinds de aandacht van de media zich naar andere gebieden heeft verplaatst, blijft het Bondgenootschap diep betrokken bij deze regio. De betrokkenheid van de NAVO in het westelijk deel van de Balkan groeit zelfs, omdat het Bondgenootschap probeert alle landen in deze regio te integreren in Euro-Atlantische structuren, en zo de zone waarin stabiliteit en veiligheid heersen in Europa uit te breiden.
Op dit moment heeft de NAVO nog steeds de leiding over de grootste vredesoperatie ter wereld - in aantallen troepen tenminste - in Kosovo. Het Bondgenootschap werkt ook nauw samen met Bosnië en Herzegovina en met Servië en Montenegro om deze landen voor te bereiden op deelname aan het NAVO-Partnerschap voor de Vredeprogramma (PfP). En de NAVO bouwt steeds nauwere relaties op met Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,* de drie leden van het Actieplan voor Kandidaat-landen (MAP), het speciale programma van het Bondgenootschap dat individuele kandidaat-landen voorbereidt op het uiteindelijk NAVO-lidmaatschap.
Het contrast tussen de huidige situatie in het westelijk deel van de Balkan en die van nauwelijks tien jaar geleden toen de NAVO in de zomer van 1995 militair tussenbeide kwam in Bosnië en Herzegovina kan nauwelijks groter zijn. Toen hing de oorlog of de dreiging van oorlog boven de hele regio. Op dit moment is een terugkeer van grote vijandelijkheden ondenkbaar, en alle landen en entiteiten hebben het werkelijk vooruitzicht dat zij uiteindelijk, zo niet zeer binnenkort, zullen kunnen integreren in de Euro-Atlantische instellingen. Bovendien is veel van de vooruitgang die de afgelopen jaren is geboekt, te danken aan de veilige omgeving die de NAVO heeft geboden.
Er blijven echter uitdagingen bestaan, en 2006 wordt een cruciaal jaar voor de regio. Dit is het jaar waarin een besluit moet worden genomen over de eindstatus van Kosovo, met alle bijbehorende spanningen en potentiële onrust van dien voor Kosovo en haar buurlanden. Het is ook het jaar waarin de aard van de relatie tussen Montenegro en Servië duidelijk moet worden na het referendum in Montenegro over de onafhankelijkheid. En het is het jaar waarin de Bosniërs de leiders kiezen die de toekomst van hun land moeten uitstippelen en moeten bepalen hoe het verder gaat wanneer de volmachten van de internationale gemeenschap in Bosnië en Herzegovina teruggebracht worden tegelijk, met de geleidelijke opheffing van het Bureau van de Hoge Vertegenwoordiger.
De afgelopen maanden heeft de NAVO herhaaldelijk een beroep gedaan op alle partijen om zich constructief op te stellen in de onderhandelingen over de eindstatus. Daarnaast blijft het Bondgenootschap betrokken bij discussies over de zogeheten Uitgebreide Contactgroep die vertegenwoordigers omvat van Frankrijk, Duitsland, Italië, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, maar ook van de Europese Commissie, de Europese Raad, het EU-presidentschap en de NAVO. Dit omvatte ook de bijeenkomst op ministerieel niveau die op 31 januari in Londen plaatsvond en waaraan NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer zelf heeft deelgenomen.
De uiteindelijke regeling, die naar verwachting voor het einde van dit jaar gereed zal zijn, zal de tien door de Contactgroep geformuleerde beginselen moeten omvatten, vastgesteld kort nadat VN-secretaris-generaal Kofi Annan met goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad had besloten de onderhandelingen over de eindstatus te starten. Deze beginselen zijn: overeenstemming met de internationale maatstaven voor de mensenrechten; democratische waarden en Europese maatstaven, inclusief een Euro-Atlantische dimensie; multi-etniciteit; mechanismen om te zorgen dat alle gemeenschappen deel uitmaken van de regering; waarborgen voor de bescherming van Kosovo's culturele en religieuze erfgoed; maatregelen om Kosovo's veiligheid te garanderen; mechanismen om Kosovo beter in staat te stellen de rechtsorde te handhaven en de georganiseerde misdaad te bestrijden; maatregelen om de economische ontwikkeling van Kosovo te bevorderen; en een blijvende internationale civiele en militaire aanwezigheid.
Daarnaast dient de regeling er ook voor te zorgen dat Kosovo niet terugvalt in de situatie van voor de NAVO-interventie in maart 1999; dat er geen veranderingen komen in de huidige grenzen van Kosovo, d.w.z. de provincie mag niet worden opgedeeld of samengevoegd met een ander land; en dat de territoriale integriteit en stabiliteit van de buurlanden worden gerespecteerd. De implementatie van de maatstaven voor Kosovo, die in 2003 overeengekomen zijn door UNMIK en de regering van Kosovo moet nog verder worden uitgewerkt. En iedere unilaterale oplossing, of oplossing die door gebruik van geweld tot stand komt, is onaanvaardbaar.
De aanwezigheid van een vredesmacht onder leiding van de NAVO in Kosovo wordt nog steeds door alle partijen gezien als de allerbelangrijkste factor voor de instandhouding van een veilige omgeving, en daardoor ook voor het handhaven van de stabiliteit in de bredere regio. Met het oog daarop zal de NAVO een robuuste militaire aanwezigheid in Kosovo aanhouden voor de duur van de onderhandelingen en in de periode direct nadat er een regeling is gekomen. Naar aanleiding van de ongeregeldheden van maart 2004 die Kosovo op zijn grondvesten deden schudden, heeft het Bondgenootschap de samenstelling van zijn troepen op de grond, op dit moment ruim 17.000 man, veranderd om ze effectiever te maken. Als gevolg daarvan is KFOR in de loop van het vorige halve jaar veranderd. In plaats van de vroegere vier Multinationale Brigades, zijn er nu vijf Multinationale Taakgroepen.
De Europese Unie besloot in oktober 2005 onderhandelingen aan te gaan met Servië en Montenegro over een Stabilisatie- en Associatieakkoord, maar schortte deze weer op toen Belgrado op de deadline van 30 april Ratko Mladic, de Bosnische-Servische bevelhebber die beschuldigd is van genocide, niet had overgeleverd aan het ICTY. Het is ook dit punt van de samenwerking met het ICTY dat het PfP-lidmaatschap van Servië en Montenegro tegenhoudt.
Sinds 2003 helpt de NAVO Servië en Montenegro met een Samenwerkingsprogramma op Maat (Tailored Cooperation Programme), dat een aantal pre-PfP-activiteiten omvat op het gebied van defensiehervorming. Het programma maakt ook deelname mogelijk aan geselecteerde PfP-activiteiten. Bovendien heeft de NAVO toegezegd een Militair Verbindingskantoor te openen in Belgrado en zij heeft in samenwerking met het Ministerie van Defensie van Servië en Montenegro, een Groep Defensiehervorming samengesteld die in februari voor het eerst bijeen is geweest ter ondersteuning van de defensiehervorming van het land.
De reeds bestaande programma's van de NAVO hebben bijgedragen een beter klimaat tussen het Bondgenootschap en Servië en Montenegro. De relatie kan zich echter niet verder ontwikkelen tenzij en totdat Belgrado zijn volledige medewerking verleent aan het ICTY en alle aangeklaagde personen, onder wie Mladic, uitlevert. Na de positieve uitslag van het referendum over de onafhankelijkheid van Montenegro zal er bovendien vermoedelijk een nieuwe staat ontstaan in de regio, die ook betrokken zal worden bij de integratie-inspanningen van het Bondgenootschap.
Hoewel de NAVO in december 2004 de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse veiligheid in Bosnië en Herzegovina heeft overgedragen aan een 7000-man sterke EU-troepenmacht, EUFOR genaamd, behoudt het Bondgenootschap een fysieke aanwezigheid in het land. Het NAVO-hoofdkwartier in Sarajevo, met een staf van ruim 150 man, werkt primair aan defensiehervorming binnen het raamwerk van het Samenwerkingsprogramma op Maat, maar ook aan contraterrorisme, het oppakken van verdachten van oorlogsmisdaden en het verzamelen van inlichtingen. Op deze wijze helpt de NAVO de vroegere drie rivaliserende milities die aan het einde van de vijandelijkheden in 1995 bestonden, om te smeden tot één troepenmacht.
In april van dit jaar deed secretaris-generaal De Hoop Scheffer een beroep op de Bondgenoten om gelden ter beschikking te stellen voor de oprichting van een PfP-Trustfonds, om Bosnië en Herzegovina te helpen bij de demobilisatie van militairen en hun reïntegratie in de burgermaatschappij te bevorderen. Hoewel de omvang van dit programma nog verder moet worden uitgewerkt, zal het waarschijnlijk het grootste trustfonds van de NAVO zijn tot nu toe.
Vooruitgang met de defensiehervorming moet Bosnië en Herzegovina uiteindelijk helpen meer te worden dan alleen een "veiligheidsconsument", nl. een veiligheidsverschaffer. Het land heeft al een bijdrage geleverd aan de internationale stabilisatieoperaties in november jl., door een team van 36 munitie-experts naar Irak te sturen.
Het resultaat van de verkiezingen die voor 1 oktober op het programma staan, zal buitengewoon belangrijk zijn omdat de aard van de internationale aanwezigheid in Bosnië en Herzegovina bezig is te veranderen. De functie van de hoge vertegenwoordiger die toezicht heeft gehouden op de implementatie van het vredesproces en kon beschikken over buitengewone volmachten, zal ergens in de eerste helft van 2007 ophouden te bestaan. Daarvoor in de plaats komt er een bijzonder vertegenwoordiger van de EU die zal trachten de transformatie van Bosnië en Herzegovina te begeleiden met bijzondere aandacht voor de integratie van het land in Europa. In januari van dit jaar zijn onderhandelingen over een Stabilisatie- en Associatieakkoord met Europese Unie gestart. (Zie voor meer informatie over de veranderingen het interview met Christian Schwarz-Schilling, de laatste hoge vertegenwoordiger in Bosnië en Herzegovina)
Hoewel het NAVO-lidmaatschap niet op de agenda staat van de Top in Riga, integreren Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië* via het MAP-raamwerk steeds verder in de NAVO-structuren. Ze dragen bovendien alle troepen bij aan ISAF in Afghanistan. De drie landen werken ook in toenemende mate samen binnen het door de VS gesponsorde Adriatische Charter en leveren via dit raamwerk een uit 12 personen bestaand gecombineerd medisch team aan ISAF.
Naast het NAVO-lidmaatschap streven Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië* ook naar zo spoedig mogelijke toetreding tot de Europese Unie. Albanië staat op het punt een Stabilisatie- en Associatieakkoord met de Europese Unie te ondertekenen. Kroatië is in oktober jl. begonnen met de toetredingsonderhandelingen en kan na de arrestatie in december van Ante Gotovina, de hoogste Kroatische officier die door het ICTY in staat van beschuldiging is gesteld, nu verder met de ontwikkeling van zijn relatie met de EU. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië* heeft in december 2005 de EU-kandidaatstatus verkregen.
De toekomst voor Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië* is helder en duidelijk verbonden met volledige integratie in Europa en in de Euro-Atlantische structuren. Het tijdschema voor beide processen staat nog niet vast en hangt af van hoe goed ieder land doorgaat met de tenuitvoerlegging van allerlei voorgenomen hervormingen. Zolang ze echter alle drie even veel vorderingen blijven maken als de afgelopen drie jaar, zullen zij sterke kandidaten zijn om tijdens de NAVO-Top van 2008 te worden uitgenodigd om toe te treden tot het Bondgenootschap. Zij zullen dan een lichtend voorbeeld voor de rest van de regio kunnen zijn, voor Bosnië en Herzegovina, Servië en Montenegro, en Kosovo, landen wier langdurige stabiliteit, veiligheid en voorspoed in belangrijke mate afhangen van de relatie die zij met de Europese Unie en met de NAVO kunnen opbouwen.
Op dit moment heeft de NAVO nog steeds de leiding over de grootste vredesoperatie ter wereld - in aantallen troepen tenminste - in Kosovo. Het Bondgenootschap werkt ook nauw samen met Bosnië en Herzegovina en met Servië en Montenegro om deze landen voor te bereiden op deelname aan het NAVO-Partnerschap voor de Vredeprogramma (PfP). En de NAVO bouwt steeds nauwere relaties op met Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,* de drie leden van het Actieplan voor Kandidaat-landen (MAP), het speciale programma van het Bondgenootschap dat individuele kandidaat-landen voorbereidt op het uiteindelijk NAVO-lidmaatschap.
Het contrast tussen de huidige situatie in het westelijk deel van de Balkan en die van nauwelijks tien jaar geleden toen de NAVO in de zomer van 1995 militair tussenbeide kwam in Bosnië en Herzegovina kan nauwelijks groter zijn. Toen hing de oorlog of de dreiging van oorlog boven de hele regio. Op dit moment is een terugkeer van grote vijandelijkheden ondenkbaar, en alle landen en entiteiten hebben het werkelijk vooruitzicht dat zij uiteindelijk, zo niet zeer binnenkort, zullen kunnen integreren in de Euro-Atlantische instellingen. Bovendien is veel van de vooruitgang die de afgelopen jaren is geboekt, te danken aan de veilige omgeving die de NAVO heeft geboden.
Er blijven echter uitdagingen bestaan, en 2006 wordt een cruciaal jaar voor de regio. Dit is het jaar waarin een besluit moet worden genomen over de eindstatus van Kosovo, met alle bijbehorende spanningen en potentiële onrust van dien voor Kosovo en haar buurlanden. Het is ook het jaar waarin de aard van de relatie tussen Montenegro en Servië duidelijk moet worden na het referendum in Montenegro over de onafhankelijkheid. En het is het jaar waarin de Bosniërs de leiders kiezen die de toekomst van hun land moeten uitstippelen en moeten bepalen hoe het verder gaat wanneer de volmachten van de internationale gemeenschap in Bosnië en Herzegovina teruggebracht worden tegelijk, met de geleidelijke opheffing van het Bureau van de Hoge Vertegenwoordiger.
Kosovo
De onderhandelingen over de eindstatus van Kosovo begonnen vorig jaar november onder auspiciën van de bijzondere gezant van de VN en de voormalige president van Finland, Martti Ahtisaari. De NAVO steunt de inspanningen van president Ahtisaari - en ook die van de Contactgroep - om vorderingen te boeken in het onderhandelingsproces en een regeling te produceren die bevorderlijk is voor zowel de veiligheid als de stabiliteit van de Balkan.De afgelopen maanden heeft de NAVO herhaaldelijk een beroep gedaan op alle partijen om zich constructief op te stellen in de onderhandelingen over de eindstatus. Daarnaast blijft het Bondgenootschap betrokken bij discussies over de zogeheten Uitgebreide Contactgroep die vertegenwoordigers omvat van Frankrijk, Duitsland, Italië, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, maar ook van de Europese Commissie, de Europese Raad, het EU-presidentschap en de NAVO. Dit omvatte ook de bijeenkomst op ministerieel niveau die op 31 januari in Londen plaatsvond en waaraan NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer zelf heeft deelgenomen.
De uiteindelijke regeling, die naar verwachting voor het einde van dit jaar gereed zal zijn, zal de tien door de Contactgroep geformuleerde beginselen moeten omvatten, vastgesteld kort nadat VN-secretaris-generaal Kofi Annan met goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad had besloten de onderhandelingen over de eindstatus te starten. Deze beginselen zijn: overeenstemming met de internationale maatstaven voor de mensenrechten; democratische waarden en Europese maatstaven, inclusief een Euro-Atlantische dimensie; multi-etniciteit; mechanismen om te zorgen dat alle gemeenschappen deel uitmaken van de regering; waarborgen voor de bescherming van Kosovo's culturele en religieuze erfgoed; maatregelen om Kosovo's veiligheid te garanderen; mechanismen om Kosovo beter in staat te stellen de rechtsorde te handhaven en de georganiseerde misdaad te bestrijden; maatregelen om de economische ontwikkeling van Kosovo te bevorderen; en een blijvende internationale civiele en militaire aanwezigheid.
Daarnaast dient de regeling er ook voor te zorgen dat Kosovo niet terugvalt in de situatie van voor de NAVO-interventie in maart 1999; dat er geen veranderingen komen in de huidige grenzen van Kosovo, d.w.z. de provincie mag niet worden opgedeeld of samengevoegd met een ander land; en dat de territoriale integriteit en stabiliteit van de buurlanden worden gerespecteerd. De implementatie van de maatstaven voor Kosovo, die in 2003 overeengekomen zijn door UNMIK en de regering van Kosovo moet nog verder worden uitgewerkt. En iedere unilaterale oplossing, of oplossing die door gebruik van geweld tot stand komt, is onaanvaardbaar.
De aanwezigheid van een vredesmacht onder leiding van de NAVO in Kosovo wordt nog steeds door alle partijen gezien als de allerbelangrijkste factor voor de instandhouding van een veilige omgeving, en daardoor ook voor het handhaven van de stabiliteit in de bredere regio. Met het oog daarop zal de NAVO een robuuste militaire aanwezigheid in Kosovo aanhouden voor de duur van de onderhandelingen en in de periode direct nadat er een regeling is gekomen. Naar aanleiding van de ongeregeldheden van maart 2004 die Kosovo op zijn grondvesten deden schudden, heeft het Bondgenootschap de samenstelling van zijn troepen op de grond, op dit moment ruim 17.000 man, veranderd om ze effectiever te maken. Als gevolg daarvan is KFOR in de loop van het vorige halve jaar veranderd. In plaats van de vroegere vier Multinationale Brigades, zijn er nu vijf Multinationale Taakgroepen.
Servië en Montenegro
De ontwikkelingen in Servië en Montenegro blijven van grote invloed op de situatie in Kosovo en op bijna de gehele regio. De relatie tussen Belgrado en de NAVO is sterk verbeterd sinds de luchtcampagne van het Bondgenootschap in 1999 in Kosovo en vooral nadat de voormalige Joegoslavische president Slobodan Milosevic een jaar later werd verdreven. Servië en Montenegro hebben bovendien in juni 2002 officieel het lidmaatschap aangevraagd van het NAVO-PfP-programma en hoopt tijdens de Bondgenootschappelijke Top in Riga in november te worden uitgenodigd om toe te treden. Er moeten echter nog grote hinderpalen worden overwonnen.Alle landen en entiteiten in het westelijk deel van de Balkan hebben het werkelijke vooruitzicht dat zij uiteindelijk, al is het misschien niet in de nabije toekomst, zullen kunnen integreren in de Euro-Atlantische instellingen
President Milosevic's arrestatie en overdracht aan het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag (International Criminal Tribunal for the former Yugoslvia: ICTY) en zijn dood daarna, in maart 2006, zullen misschien ooit worden gezien als het symbolisch einde van een bloedig hoofdstuk in de geschiedenis van Servië en Montenegro en van de hele regio. Op dit moment is echter nog niet duidelijk of de laatste bladzijde definitief is omgeslagen. Sommige extremisten hebben zelfs geprobeerd politieke munt te slaan uit president Milosevic's dood en uit de angst dat Servië op het punt staat Kosovo "te verliezen", en in dat proces hebben ze opnieuw gebruik gemaakt van de intolerante retoriek uit de jaren 1990. De Europese Unie besloot in oktober 2005 onderhandelingen aan te gaan met Servië en Montenegro over een Stabilisatie- en Associatieakkoord, maar schortte deze weer op toen Belgrado op de deadline van 30 april Ratko Mladic, de Bosnische-Servische bevelhebber die beschuldigd is van genocide, niet had overgeleverd aan het ICTY. Het is ook dit punt van de samenwerking met het ICTY dat het PfP-lidmaatschap van Servië en Montenegro tegenhoudt.
Sinds 2003 helpt de NAVO Servië en Montenegro met een Samenwerkingsprogramma op Maat (Tailored Cooperation Programme), dat een aantal pre-PfP-activiteiten omvat op het gebied van defensiehervorming. Het programma maakt ook deelname mogelijk aan geselecteerde PfP-activiteiten. Bovendien heeft de NAVO toegezegd een Militair Verbindingskantoor te openen in Belgrado en zij heeft in samenwerking met het Ministerie van Defensie van Servië en Montenegro, een Groep Defensiehervorming samengesteld die in februari voor het eerst bijeen is geweest ter ondersteuning van de defensiehervorming van het land.
De reeds bestaande programma's van de NAVO hebben bijgedragen een beter klimaat tussen het Bondgenootschap en Servië en Montenegro. De relatie kan zich echter niet verder ontwikkelen tenzij en totdat Belgrado zijn volledige medewerking verleent aan het ICTY en alle aangeklaagde personen, onder wie Mladic, uitlevert. Na de positieve uitslag van het referendum over de onafhankelijkheid van Montenegro zal er bovendien vermoedelijk een nieuwe staat ontstaan in de regio, die ook betrokken zal worden bij de integratie-inspanningen van het Bondgenootschap.
Bosnië en Herzegovina
Een soortgelijk gebrek aan medewerking met het ICTY, vooral van de zijde van de Republika Srpska, staat het PfP-lidmaatschap van Bosnië en Herzegovina in de weg. Desondanks werkt de NAVO ook nu al samen met dit land om te zorgen dat het in de toekomst kan voldoen aan de vereisten voor het PfP-programma en uiteindelijk aan de vereisten voor het NAVO-lidmaatschap.Hoewel de NAVO in december 2004 de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse veiligheid in Bosnië en Herzegovina heeft overgedragen aan een 7000-man sterke EU-troepenmacht, EUFOR genaamd, behoudt het Bondgenootschap een fysieke aanwezigheid in het land. Het NAVO-hoofdkwartier in Sarajevo, met een staf van ruim 150 man, werkt primair aan defensiehervorming binnen het raamwerk van het Samenwerkingsprogramma op Maat, maar ook aan contraterrorisme, het oppakken van verdachten van oorlogsmisdaden en het verzamelen van inlichtingen. Op deze wijze helpt de NAVO de vroegere drie rivaliserende milities die aan het einde van de vijandelijkheden in 1995 bestonden, om te smeden tot één troepenmacht.
In april van dit jaar deed secretaris-generaal De Hoop Scheffer een beroep op de Bondgenoten om gelden ter beschikking te stellen voor de oprichting van een PfP-Trustfonds, om Bosnië en Herzegovina te helpen bij de demobilisatie van militairen en hun reïntegratie in de burgermaatschappij te bevorderen. Hoewel de omvang van dit programma nog verder moet worden uitgewerkt, zal het waarschijnlijk het grootste trustfonds van de NAVO zijn tot nu toe.
Vooruitgang met de defensiehervorming moet Bosnië en Herzegovina uiteindelijk helpen meer te worden dan alleen een "veiligheidsconsument", nl. een veiligheidsverschaffer. Het land heeft al een bijdrage geleverd aan de internationale stabilisatieoperaties in november jl., door een team van 36 munitie-experts naar Irak te sturen.
Het resultaat van de verkiezingen die voor 1 oktober op het programma staan, zal buitengewoon belangrijk zijn omdat de aard van de internationale aanwezigheid in Bosnië en Herzegovina bezig is te veranderen. De functie van de hoge vertegenwoordiger die toezicht heeft gehouden op de implementatie van het vredesproces en kon beschikken over buitengewone volmachten, zal ergens in de eerste helft van 2007 ophouden te bestaan. Daarvoor in de plaats komt er een bijzonder vertegenwoordiger van de EU die zal trachten de transformatie van Bosnië en Herzegovina te begeleiden met bijzondere aandacht voor de integratie van het land in Europa. In januari van dit jaar zijn onderhandelingen over een Stabilisatie- en Associatieakkoord met Europese Unie gestart. (Zie voor meer informatie over de veranderingen het interview met Christian Schwarz-Schilling, de laatste hoge vertegenwoordiger in Bosnië en Herzegovina)
MAP-trio
Alle drie de MAP-landen - Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië* - maken gestage vorderingen op het terrein van de defensiehervorming, de ontwikkeling en implementatie van steeds realistischere programma's onder auspiciën van de NAVO. Het Bondgenootschap heeft in Albanië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië*, militaire hoofdkwartieren gevestigd om deze landen te helpen bij hun defensiehervormingen.Hoewel het NAVO-lidmaatschap niet op de agenda staat van de Top in Riga, integreren Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië* via het MAP-raamwerk steeds verder in de NAVO-structuren. Ze dragen bovendien alle troepen bij aan ISAF in Afghanistan. De drie landen werken ook in toenemende mate samen binnen het door de VS gesponsorde Adriatische Charter en leveren via dit raamwerk een uit 12 personen bestaand gecombineerd medisch team aan ISAF.
Naast het NAVO-lidmaatschap streven Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië* ook naar zo spoedig mogelijke toetreding tot de Europese Unie. Albanië staat op het punt een Stabilisatie- en Associatieakkoord met de Europese Unie te ondertekenen. Kroatië is in oktober jl. begonnen met de toetredingsonderhandelingen en kan na de arrestatie in december van Ante Gotovina, de hoogste Kroatische officier die door het ICTY in staat van beschuldiging is gesteld, nu verder met de ontwikkeling van zijn relatie met de EU. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië* heeft in december 2005 de EU-kandidaatstatus verkregen.
De toekomst voor Albanië, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië* is helder en duidelijk verbonden met volledige integratie in Europa en in de Euro-Atlantische structuren. Het tijdschema voor beide processen staat nog niet vast en hangt af van hoe goed ieder land doorgaat met de tenuitvoerlegging van allerlei voorgenomen hervormingen. Zolang ze echter alle drie even veel vorderingen blijven maken als de afgelopen drie jaar, zullen zij sterke kandidaten zijn om tijdens de NAVO-Top van 2008 te worden uitgenodigd om toe te treden tot het Bondgenootschap. Zij zullen dan een lichtend voorbeeld voor de rest van de regio kunnen zijn, voor Bosnië en Herzegovina, Servië en Montenegro, en Kosovo, landen wier langdurige stabiliteit, veiligheid en voorspoed in belangrijke mate afhangen van de relatie die zij met de Europese Unie en met de NAVO kunnen opbouwen.
* Turkije erkent de Republiek Macedonië onder haar constitutionele naam.








